Geef jongens en meisjes gelijke kansen door gelijk spel!

Elke leerkracht (in spé) is het hier doorgaans over eens: een ideale (kleuter)klas biedt elk kind de gelegenheid zich optimaal te ontplooien. Het is een klas waarin leerlingen gestimuleerd worden en waarin ze spelenderwijs de kans krijgen om zich zo ten volle te ontwikkelen.

De ontwikkeling van genderstereotypen bij kleuters

Toch gebeurt er iets boeiend in de kleuterjaren dat we vaak over het hoofd zien en een grote invloed heeft op de verdere ontplooiing van alle talenten. Naast de lichamelijke en cognitieve ontwikkeling zijn de kleuterjaren ook vormend voor de genderontwikkeling. Wanneer kinderen drie jaar oud zijn, beginnen ze al aan de ontwikkeling van een eigen gender identiteit. Ze worden zich met andere woorden zowel bewust van hun geslacht (jongen of meisje) als van de gedragingen, het speelgoed, de activiteiten en de interesses die met dit geslacht geassocieerd worden.

Net zoals kinderen tussen nul en zes jaar vooroordelen over huidskleuren ontwikkelen, zo ontwikkelen ook hun genderstereotiepe ideeën tijdens de kleuterjaren.

Zo las ik onlangs in een opvallend onderzoek dat vijfjarigen doorgaans aangeven dat ‘slim’ en ‘aardig’ eigenschappen zijn die bij het eigen geslacht horen. 70% van de jongens duidde eerder een man dan een vrouw aan als slim en aardig en meisjes doen op deze leeftijd hetzelfde voor vrouwen. Boeiend wordt het bij zesjarigen. Zesjarige jongens blijven eerder een man aanduiden als slim, terwijl meisjes even vaak een man als een vrouw aanduiden. Zowel zesjarige jongens als meisjes vinden dan weer dat ‘aardig’ eerder bij een vrouw dan een man hoort. Deze (en meer) genderstereotype beelden die kleuters zich eigen maakten, hebben een grote invloed op de verdere ontwikkeling en het (onterecht hoge of lage) gevoel van competentie.

Genderstereotiepe ideeën en beelden kunnen bijvoorbeeld latere ongelijke verdelingen tussen mannen en vrouwen in de maatschappij verklaren. Bijvoorbeeld het verschil in salaris of de hogere mate van agressie en antisociaal gedrag bij mannen. Ook spelen genderstereotypen een rol bij de ongelijke verdeling van mannen en vrouwen in technische beroepen, beroepen in de zorg of het onderwijs, en topfuncties bij de overheid of het bedrijfsleven.

Wat is de invloed van gender op spelgedrag?

Zo zoeken meisjes van vier à vijf jaar elkaar steeds meer op en spelen ze vaker (samen) in de poppenhoek of huishoek. Ondertussen vindt ditzelfde fenomeen ook plaats bij jongens: ook zij zoeken elkaars nabijheid steeds meer op en krijgen een voorkeur voor de bouw- en autohoek.

Op zich is er niets mis met die voorkeur. Maar als kleuterleerkracht weten we natuurlijk als geen ander hoe de doelen en ontwikkelingskansen van de materialen in deze hoeken van elkaar kunnen verschillen. In de bouwhoek wordt bijvoorbeeld naarstig geoefend op ruimtelijk inzicht en wiskundige vaardigheden. Ervaring opdoen met technisch en constructief speelgoed heeft daarbij invloed op de interesse en het competentiegevoel van jongens en meisjes als het gaat om STEM-vaardigheden.

Maar ook in de huis- en poppenhoek wordt gewerkt aan belangrijke vaardigheden die later in het leven noodzakelijk zijn. Zo oefenen kinderen daar aan hun sociale en zorgende vaardigheden. Jongens spelen minder vaak in deze hoek en missen dan ook belangrijke eerste ervaringen en oefenkansen op dit vlak. Deze eerste ervaringen met bepaald speelgoed leggen met andere woorden een basis voor verdere competenties en interesses.

Hoe komt het dat meisjes en jongens verschillen in spelvoorkeur?

Onder meer sociale en cognitieve factoren spelen hierbij mee. Zo zijn kleuters bijzonder aandachtig en ontvankelijk voor de beelden die ze rondom zich heen zien. De hints en boodschappen die ze van klasgenootjes of andere kinderen krijgen zijn van groot belang bij de ontwikkeling van hun eigen genderidentiteit en de (al dan niet flexibele) ideeën over mannelijkheid of vrouwelijkheid. In een Brits experiment keken kleuters in de ene klas naar een fragment waarin andere kinderen stereotiep-doorbrekend spel speelden. Deze kleuters toonden daarna een grotere flexibiliteit in speelgoed en vriendkeuze. Ze lieten dit niet bepalen door hun gender. Kinderen die naar een fragment keken waarbij jongens erg stereotiep mannelijk spel speelden accepteerden de uitsluiting van meisjes in hun groep meer. Maar ook expliciete (‘de meisjes mogen daar spelen’) en impliciete (roze versus blauw) boodschappen die ouders, leerkrachten en de bredere media meegeven helpen kinderen bij het vormen van ideeën over wat van een jongen of een meisje verwacht wordt.

Wat kunnen wij daaraan doen?

Het lijkt moeilijk om jonge kinderen te motiveren om met speelgoed te spelen dat volgens hun bij het andere geslacht hoort. “Dat is voor de meisjes”, hoor je dan vaak al zeurend roepen door de klas. Jonge kinderen, en zeker jongens, hebben al snel een voorkeur (en fixatie) voor genderstereotiep spel.

Nu komt het goede nieuws: kinderen motiveren om met ‘ander’ speelgoed te spelen is wel degelijk mogelijk zonder zaken te forceren of jezelf in duizend bochten te wringen.

  1. Kijk eens kritisch naar je eigen hoeken met ‘de genderbril’: is je keukentje knalroze of valt dat best mee? Turf eens het aantal jongens en het aantal meisjes dat naar bepaalde hoeken gaat, het resultaat kan je verrassen.
  2. Zoals Steffie eerder aangaf: kijk eens naar de mogelijkheden van hoekdoorbrekend spel. Is er mogelijkheid tot (klein) rollenspel in de autohoek, door bijvoorbeeld de toevoeging van kleine poppetjes en meubels? Is er de mogelijkheid om een loodgieter of bouwmeester in de huishoek te laten meespelen? Zo kan je in de voorkeurshoek van kleuters tóch alle spelkansen aanbieden.
  3. Breng kinderen in contact met verhalen en beelden die genderstereotypes doorbreken. Dit heeft een verrassend groot en snel effect op korte termijn (maar dit moet nog onderzocht worden op langere termijn).
  4. Let op met onbedoelde gevolgen van kleine veranderingen. Zo lijkt het simpel om roze of pastelkleurige blokken aan de bouwhoek toe te voegen. En inderdaad, dit trekt meisjes wel degelijk aan. Maar deze verandering van kleur deed in eerder onderzoek de bekwaamheid van jongens in het technisch en bouwspel dalen en de bekwaamheid van meisjes verhoogde niet evenredig. Eén mogelijke (pijnlijke) verklaring is dat jongens de stereotypes rond wat meisjes al dan niet kunnen zo hard internaliseerden dat ze zich niet willen associëren met een ‘vrouwelijk’ kleur.

Tot slot: De verschillen binnen de categorie ‘mannen’ of ‘vrouwen’ zijn groter dan de verschillen tussen beide. Hoe sneller we dit ook aan kleuters kunnen verduidelijken (door middel van ons spelaanbod, de mensen die we uitnodigen, het beeldmateriaal dat we tonen, de taal die we gebruiken, etc.) hoe meer we tegemoet komen aan de optimale ontplooiing van elk individu.

Daarnaast werken we al van in de kleuterklas samen aan een maatschappij waar elk kind kan groeien tot wie hij of zij of X wil zijn. Jongens die zorgzaam zijn of een oog hebben voor esthetiek worden vaak later in het leven uitgelachen of ‘gedwongen’ om deze talenten te verbergen. Dit klopt niet. Door al bij kleuters te werken aan flexibiliteit omtrent genderbeelden en ideeën (oa door middel van stereotiep-doorbrekende verhalen en beelden) kunnen we zo misschien heel wat leed en onbenut potentieel vermijden.

Bronnen:

  • Ardies, J., de Maeyer, S., Gijbels, D., van Keulen, H., (2014). Students attitudes towards technology. International journal of technology and design education. 1-23. http://hdl.handle.net/10067/1150960151162165141
  • Bian, L., Lesley, S., Cimpian, A., (2017). Genderstereotypes about intellectual ability emerge early and influence children’s interests. Science. (355). 389 –391.
  • Dinella, L., Weisgram, E., (2018). Gender Typing of Children’s Toys: Causes, Consequences, and Correlates. Sex roles.
  • Fulcher, M., Hayes, A. (2017). Building a Pink Dinosaur: the Effects of Gendered Construction Toys on Girls’ and Boys’ Play. Sex Roles.
  • Mulvey, K., Miller, B., Rizzardi, V., (2017). Gender and engineering aptitude: is the color of science, technology, engineering and math materials related to children’s performance? Journal of experimental child psychology. (160). 119-126.
  • Oncu, E., Unluer, E., (2012). Preschoolers’ Views About Gender Related Games and Toys. Procedia Social and Behavioral sciences (46). 5924 – 5927.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.