Zichtbaar Leren in Loose Parts Play

Het beste speelgoed ligt in de rommelschuif

Heb jij die ook, die lade waarin je alle losse stukken verzamelt die niet echt een plek hebben in huis? Je vindt er typisch wel een kurk of twee, wat rekkertjes, een paar linten die misschien nog een keer van pas komen, die steen die je zoontje meebracht van de zee, het notablokje dat je bij de bakker meekreeg, en een paar kralen die van een armband vielen, maar nog te mooi zijn om ze weg te gooien. Een rolletje touw, een schaar, wat plakband, …
Als ze niet te hoog zit, nodigt die rommelschuif met al zijn Loose Parts de ondernemende kleuter in je huis telkens weer uit tot nieuw spel.

Loose Parts

Loose Parts zijn veelzijdige, onbestemde en makkelijk verplaatsbare materialen die kinderen uitnodigen om er op oneindig veel manieren mee aan de slag te gaan. Het spontaan spel met Loose Parts laat toe dat kinderen helemaal zelf kunnen bepalen wat de verschillende materialen en voorwerpen voorstellen en waar ze toe dienen. En het is precies die grote verscheidenheid in mogelijke spelhandelingen die ons toelaat om in te schatten wat zich afspeelt in het hoofd van de kleuter. In het spel met Loose Parts kunnen we soms vaststellen welke inhoudelijke thema’s een kleuter bezig houden, maar nog vaker kunnen we ook afleiden welke schemata kinderen in hun spel aan het ontwikkelen en oefenen zijn.

Schemata

Piaget (1952) definieerde schemata (meervoud van schema) als de basisbouwstenen van intelligent gedrag, of … als een manier om onze kennis van de wereld te organiseren. Je kan schemata zien als ‘eenheden’ van kennis, elk gerelateerd aan één aspect van de wereld. De ontwikkeling van mentale processen bestaat volgens Piaget uit de toename in het aantal en in de complexiteit van de schemata die een kind verwerft.

Eén emmer, 20 keitjes, 7 schemata

Daly en Beloglovsky (2016) geven aan dat je met eenvoudige, maar goed gekozen materialen al snel verschillende schemata tot leven kan zien komen.
Wat doe je met 20 keitjes en een emmer? Je kan ze er in laten vallen en terug uitkiepen (vullen en leeg maken). Je kan de steentjes verstoppen onder de emmer (bedekken/omringen). Je kan ze met de emmer vervoeren naar de zandbak, en dan weer naar de autohoek, of gewoon naar nergens in het bijzonder (transporteren). Je kan met de emmer in het horizontale vlak gaan ronddraaien en de steentjes ook cirkels zien draaien op de bodem. Of je kan zelf rondjes draaien en de emmer in het horizontale vlak rondzwieren en dan merken dat de steentjes in de emmer blijven als je maar snel genoeg ronddraait (rotatie). Je kan van op een afstandje met de steentjes in de emmer mikken (traject). En dan is er wellicht ook nog dat moment waarop je alle keitjes bovenop de emmer in een rijtje legt, of in een cirkel (positioneren), misschien wordt het wel een schikking waarin de zwarte en witte keitjes mekaar telkens afwisselen (patronen).

Waarom toenemende aandacht voor schemata?

Schemata laten ons toe nog beter te werken in de zone van naaste ontwikkeling. Als ik weet welk schema de kleuter aan het oefenen is, kan ik daar verder op inspelen in mijn keuze van materialen of in de verdere spelbegeleiding die ik voorzie.

Van het schema naar de zone van naaste ontwikkeling: een voorbeeld

‘Traject’ is zo’n schema. Bij dit schema zijn de bewegingsbanen van voorwerpen de kern van het stukje wereld dat de kleuter verkent. Dat vertaalt zich bij jonge kinderen onder andere in hun drang om voorwerpen te gooien of laten vallen, of om zelf te springen, glijden, rollen, … en te kijken waar ze uitkomen. Voorwerpen rollen, gooien, schuiven, … is wat de kleuter doet. Schatten en kijken welke baan ze volgen en waar ze belanden, is waar het kind mentaal mee bezig is. En dat merk je dan ook aan het plezier en de verwondering die de ze tonen wanneer het voorwerp zijn baan aflegt en beëindigt. Spontane gesprekken in het spel gaan dan ook vooral daarover.

We kunnen met de kleuter die gebeten is door traject een zone van naaste ontwikkeling op gang zetten door materialen aan te bieden die de verdere ontwikkeling van dit schema goed ondersteunen: allerlei soorten ballen, schijven, tollen, auto’s, sjoelbak, knikkerbanen, papieren vliegertjes, kartonnen buizen, veertjes, doekjes, pittenzakken, voorwerpen die slingeren aan touwen, … De steeds weerkerende vraag voor het kind is: hoe vliegen, rollen, vallen en bewegen die, als je ze in gang zet?

Door bijkomende of nieuwe materialen aan te bieden, eventueel ook in nieuwe ruimtes, trek ik de inzetbaarheid van het schema verder open en vergroot ik de transfervaardigheid van de kleuters. Als ik hen help benoemen wat we waarnemen en beleven, zet ik hen aan tot het expliciet maken van de ervaringen en inzichten die ze opdoen in hun spel. Op die manier wordt hun denken ook voor henzelf beter grijpbaar en kunnen ze het makkelijker inzetten in nieuwe situaties. Met kleuters die wat ouder zijn, kan ik gericht onderzoekend aan de slag: wat als … we lege plastic flessen aan een touw laten slingeren? Kunnen we die even goed richting geven als gevulde? En welke fles blijft langer slingeren? Wat als we gaan variëren met de hellingsgraad van de buizen waardoor we de knopen laten schuiven? En ook … gaan de grote knopen sneller dan de kleine? Of verder? Stilaan komen hypotheses naar boven en komt echt experimenteren op gang.

Schemata vormen op die manier niet alleen een basis om de wereld te begrijpen, maar ook om hem steeds verder en diepgaander te onderzoeken. In een maatschappij die vraagt om een creatieve en onderzoekende ingesteldheid bij al zijn burgers, horen Loose Parts niet meer thuis in de rommelschuif. Ze laten ons toe om de ontwikkelende basisinzichten (of schemata) van jonge kinderen naar boven te halen en verder met hen uit te bouwen.

 

Bronnen:

Over Loose Parts en schemata

Daly, L., & Beloglovsky, M. (2016) Loose Parts 2. Inspiring Play with Infants and Toddlers. St. Paul: Redleaf Press.

Over schemata

Piaget, J., & Cook, M. T. (1952). The origins of intelligence in children. New York: International University Press.

Nutbrown, C. (2011). Threads of thinking: schema’s and young children’s learning (4th edition). London: Sage.

Featherstone, S., & Louis, S. (eds.). (2013). Understanding schemas in young children: Again! Again! London: Bloomsbury.

 

Linken naar vroegere blogberichten in Kleutergewijs:

https://kleutergewijs.wordpress.com/2016/10/19/ken-jij-de-theorie-van-de-losse-stukjes/

https://kleutergewijs.wordpress.com/2016/12/07/wie-stout-is-zal-leren/

 

 

2 gedachtes over “Zichtbaar Leren in Loose Parts Play

  1. Dit is op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs herblogden reageerde:

    Je hoeft geen vijs verloren te hebben om van dit bericht over loose parts play te genieten. Ik vermoed dat ik niet de enige zal zijn die een opfrissing van Piagets schemata kon gebruiken en die spontaan aan divergent denken… denkt.
    Een goede kleuteronderwijzer zijn, het is niet simpel. Ze opleiden evenmin… denk ik dan ook.

    Like

    • Johan,

      Dank je voor de aanvulling met het ‘divergent denken’. Verschillende mogelijkheden zien in één materiaal is immers een basisbouwsteen van zowel probleemoplossend als creatief denken. Een van de redenen om te kiezen voor Loose Parts Play ligt precies daar.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s