Gedoemd om te mislukken of veerkrachtige kleuters?

Barry groeit vanaf zijn 2 jaar op zonder vader. Zijn moeder wordt na aan aantal jaren opnieuw verliefd, verwijdert alle foto’s van Barry’s vader uit huis en besluit haar nieuwe man te volgen naar zijn geboorteland. Barry groeit verder op in een onbekend land vol armoede en geweld. Als Barry 10 jaar is, stuurt zijn mama hem terug naar Amerika. Hij leeft daar bij zijn grootouders die als vreemden zijn voor hem. Hij voelt zich verward, ontheemd, eenzaam en wordt gediscrimineerd. Barry komt uiteindelijk ook in aanraking met drugs, gaat roken, feesten en overweegt zijn opleiding stop te zetten.

Hoe het uiteindelijk afliep met Barry?
Hij kwam goed terecht en werd, onder zijn oorspronkelijke naam Barack, in 2008 de eerste zwarte president van de Verenigde Staten.

De biografie van Barack Obama leest als een sprookje. Maar wie leest over de jeugd van Obama ziet in de eerste plaats risicofactoren. En toch is het mogelijk dat een kind, ondanks alle risicofactoren, vleugels krijgt.

Wat is het gevaar van het denken in termen van risicofactoren?
Wat is veerkracht?
En waarom is het bevorderen van veerkracht zo essentieel voor kinderen?

Risicofactoren

Groenhuijsen (2010) beklemtoont in haar boek Over de veerkracht van kinderen. Hoogvliegers en pechvogels  dat een term als risicokind’, hoe goed bedoeld ook, niet vrijblijvend is. Het risico-denken suggereert dat we het lastige zoeken naar betekenis en naar de ontwikkeling van kinderen kunnen vervangen door het veel gemakkelijker en sneller afvinken van risicofactoren. Die risicofactoren vormen dan de basis om tot interventies te komen. Groenhuijsen (2010) doet ons stilstaan en reflecteren over hoe vaak wijzelf en anderen gebruikmaken van termen als ‘zorgleerling’, ‘risicokleuter’,…

Veerkracht

‘Zou Barack Obama hoog gescoord hebben op risicotaxatie-instrumenten?’, vraagt pedagoge en psychologe Liesbeth Groenhuijsen (2010) zich af. Volgens haar is het niet zozeer de hoeveelheid ‘ongeluk’, oftewel risicofactoren die bepalen hoe iemand zich ontwikkelt, maar wél de manieren die we ontwikkeld hebben om tegenslag het hoofd te bieden en de betekenis die we aan kunnen geven. Dan hebben we het over ‘veerkracht’. Van Zundert (2016) omschrijft  veerkracht als het gebruik maken van strategieën, vaardigheden en persoonlijke eigenschappen waarmee we ons welbevinden op peil kunnen houden of vergroten, in voor- en tegenspoed.

Veerkracht heeft te maken met de mogelijkheden die kinderen hebben om de onvermijdelijke tegenslag in het leven te verwerken. Niet de aan- of afwezigheid van ‘symptomen’, maar de mogelijkheid van het kind om met problemen om te gaan is de focus. Denken vanuit ‘veerkracht’ vormt dan ook een belangrijk tegengeluid in de kakafonie van risicofactoren.

Vijf tips voor leerkrachten

Wat kan je als leerkracht doen? (gebaseerd op Van Zundert, 2016)

– Blijf inzetten op veiligheid en vertrouwen. Dit lijkt voor de hand te liggen en krijgt daardoor vaak minder aandacht, maar is net ontzettend belangrijk.

-Leer ongewenst probleemgedrag niet gewoon af, maar doe dit op een manier die leidt tot het maken van autonome keuzes en tot het gevoel een competent persoonte zijn. Zet hierbij in op goede coping strategieën.

Bijvoorbeeld:
Als er een ruzie ontstaat in de klas en een kleuter slaat een andere kleuter, dan kan je méér doen dan duidelijk maken dat dit gedrag niet kan en/of de kleuter straffen. Je kan de kleuter helpen door stil te staan bij zijn gevoel, zijn boosheid, en hoe hij hiermee kan omgaan. Door de tijd te nemen
om de boosheid bijvoorbeeld letterlijk in zijn lichaam te voelen, kan de kleuter vervolgens op een meer bewuste manier kiezen hoe hij met dit gevoel omgaat. Slaan is één (uiteraard niet gepaste) optie. Door andere opties te bespreken en te exploreren geef je de kleuter keuzeopties om in de toekomst op een betere manier met zijn boosheid om te gaan. Zo verbetert zijn emotieregulatie. Je komt dus best niet met kant-en-klare oplossingen. Je leert je kleuters strategieën aan die ze kunnen hanteren om met problemen en emoties om te gaan. Een stressbal, een rustig hoekje, terug focussen op je ademhaling, muziek of een babbel met de juf,… het zijn opties die de leerkracht niet enkel kan aanbieden maar ook samen met de kleuter kan bedenken om hem te helpen met zijn gevoel om te gaan.

-Als een kleuter een belemmerende gedachte heeft, maak hier dan even tijd voor.
Bijvoorbeeld tijdens een les beweging zegt een kleuter: ‘Ik ga dat niet kunnen! Ik ga daar af vallen!’.
Klopt die gedachte wel? Welke nood hoor ik bij de kleuter? Hoe kan ik als leerkracht de kleuter ondersteunen?

-Blijf je dagdagelijks afvragen hoe je kinderen kan helpen de eerder banale uitdagingen en tegenslagen beter aan te kunnen. Leg problemen voor aan je kleuters en bespreek samen hoe je ze kan aanpakken. Te weinig tape om met die kartonnen dozen een huis te bouwen? Een grootouderdag op school en twee kleuters die geen grootouders hebben die op bezoek kunnen komen? Door dit te bespreken met kleuters, toon je ook dat je als leerkracht met problemen geconfronteerd wordt en dat je vaardigheden nodig hebt om hiermee om te gaan. Door dit samen te bespreken, leer je de kleuters ook dat we elkaars steun zijn als er zich problemen voordoen. Je leert kleuters beroep te durven doen op elkaar en hulp te vragen als jij dit zelf óók durft te doen.

-Probeer dankbaarheid te cultiveren door oog te hebben voor kleine en grote dingen waar je blij mee bent. Geniet zelf als leerkracht bewust van fijne momenten in je klas. Deel je ervaring van deze momenten met je kleuters. Stimuleer je kleuters om hetzelfde te doen. Je kan hier bijvoorbeeld tijd voor maken tijdens kringgesprekken.

De bril waardoor we kijken

Als de bril waardoor we naar een kind kijken er één is van risicofactoren, dan zie je dat bijvoorbeeld aan het dossier van een kind in een leerlingvolgsysteem. Als de risico’s een veel groter aandeel hebben in een dossier dan de protectieve factoren, namelijk de kracht van een kind en zijn omgeving, dan ontstaat een val waaruit het moeilijk ontsnappen is voor een kind.

Laat dit blogbericht dus een warme oproep zijn om het denken en handelen vanuit veerkracht voorop te stellen in de klas! 

Wil je meer lezen over veerkracht?
Groenhuijsen, L.  (2010). Hoogvliegers en pechvogels. Amsterdam: Uitgeverij Balans.

Van Zundert R. (2016). Veerkracht op school. Geraadpleegd op 12 januari 2018, via http://onderwijskwaliteit.be/assets/files/documents/files/2018.06.08_Van_Zundert_Veerkracht_op_school_TvPP_Rinka_van_Zundert.pdf

Klasse. Veerkracht verhogen: 6 oefeningen voor je leerlingen. https://www.klasse.be/47544/veerkracht-leerling-verhogen-8-oefeningen/

Bronnen
Groenhuijsen, L. (2010). Hoogvliegers en pechvogels. Amsterdam: Uitgeverij Balans.

Van Zundert R. (2016). Veerkracht op school. Geraadpleegd op 12 januari 2018, via http://onderwijskwaliteit.be/assets/files/documents/files/2018.06.08_Van_Zundert_Veerkracht_op_school_TvPP_Rinka_van_Zundert.pdf

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.