Met de jongste kinderen naar het museum

Onze gastblogster is Brigitte Timmermans. Op Instagram vind je haar terug onder @Kunstfanaatjes.

Oe oe oe aaaa! Op een hoog volume produceer ik apengeluiden, sla op mijn borst en kijk trots om mij heen. Vandaag zijn we in het museum en ik zie een grote aap op een schilderij. De meester houdt zijn vinger tegen zijn mond, sst… Dan zie ik een paar opa’s en oma’s naar mij lachen, misschien houden zij wél van dierengeluiden. Ik vind dit grote werk spannend en leuk tegelijk en praat met meester honderduit over de dierentuin. Dan komt de meneer van het museum naar ons toe, hij kijkt een beetje boos. Snel doe ik mijn handjes op mijn rug. Als ik naar de andere zaal huppel, wandelt hij achter ons aan. Max, 2 jaar.

Iedereen die jonge kinderen heeft of met deze doelgroep werkt, weet dat peuters soms bijna uit elkaar barsten van enthousiasme en alles om zich heen – het liefst met het hele lijf en al hun zintuigen – willen ontdekken. Maar in zalen vol kostbare en onvervangbare kunstwerken moeten zij hun intrinsieke drang om te rennen, schreeuwen en dingen aanraken, bedwingen. Ook zijn er andere bezoekers om rekening mee te houden, die graag in alle rust van de kunst willen genieten. De meeste ouders zijn zich hiervan bewust en leren hun kinderen dat zij zich in een museum anders moeten gedragen dan in een speeltuin. Of ze kiezen voor de ‘veilige’ weg en bezoeken een kindermuseum waar hun kroost vrij kan bewegen.

Moeten we dan maar concluderen dat kinderen onder de vier jaar te jong zijn om een kunstmuseum te bezoeken? Of zijn het net het de musea die zich moeten aanpassen aan deze doelgroep?

Volwaardige museumbezoekers

 In Vijf maatschappelijke waarden van musea pleit de Nederlandse Museumvereniging dat “kinderen om hun eigen identiteit ten volste te kunnen ontwikkelen het liefst zo vroeg mogelijk moeten kennis maken met musea.” Ook blijkt dat een vroege ervaring met kunst een factor kan zijn voor een levenslange betrokkenheid bij kunst en cultuur (Piscitelli & Anderson, 2000). Maar terwijl jonge kinderen staan te trappelen om een museum te bezoeken, lijken nog niet alle musea voor hun komst. In de meeste Nederlandse kunstmusea start het educatieve aanbod pas bij de basisschoolleeftijd, en ook in Vlaanderen lijkt het aanbod voor kinderen doorgaans gericht op minimum 4 jarigen. Hierdoor krijgen families met baby’s en peuters en ook peuterleerkrachten tijdens hun bezoek niet veel informatie of begeleiding op maat. Ook als we kijken naar praktische zaken, zoals de positionering van vitrines en kunstwerken en de restaurants zonder kinderstoelen, lijkt het dat deze doelgroep op dit moment nog niet overal gezien worden als volwaardige museumbezoekers.

Het is noodzaak dat er in kunstmusea meer inzicht komt in hun noden en behoeften. Met de juiste kennis en begeleiding kan een museumbezoek een betekenisvol leermoment worden.

Leren van de allerkleinsten

“I hope that the openness, exuberance and joy that the children bring to their engagement with contemporary artwork will give adults permission to interact with it in a really open way”, dr. Clare Britt, hoogleraar Macquarie Universiteit in Australië (2021).

De baby- en peuterleeftijd is het ideale moment om kennis te maken met kunst. Maria Montessori (1870-1952) noemt dit de ‘periode van de absorberende geest’, omdat kinderen de eerste zes jaar van hun leven gevoeliger voor leren zijn (Montessori Kinderopvang, z.d.). Heb je weleens gezien hoe spontaan en ruimdenkend de allerkleinsten contact maken met kunst? In tegenstelling tot volwassen bezoekers, die twijfelen of ze het werk wel goed begrijpen, voelen zij zich totaal niet geremd. Er ontstaat direct een dialoog of interactief spel, op een heel intuïtieve manier. (Departement Cultuur, Jeugd en Media, 2020, Bell et al., 2019). Wellicht kunnen we op dit vlak ook nog wel iets van hen leren.

Volgens Hrag Vartanian, hoofdredacteur van het online kunsttijdschrift Hyperallergic, kunnen volwassenen profiteren van een museumbezoek met jonge kinderen: “Kijk uit, hun natuurlijke nieuwsgierigheid kan besmettelijk zijn!” (Warwicker, 2014)

Het museum als leeromgeving

We zijn ons er steeds meer van bewust dat de eerste jaren van een mensenleven cruciaal zijn voor het opbouwen van fundamentele vaardigheden (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2019). Kinderdagverblijven en kleuteronderwijs spelen een belangrijke rol bij het terugdringen van kansenongelijkheid in het onderwijs. Ook kunstmusea zijn geweldige plekken om jonge kinderen te inspireren, betrekken en aan te moedigen tot leren.

Een museumbezoek draagt bij aan de sociale, cognitieve en emotionele ontwikkeling. Het geeft de allerkleinsten handvatten om zich te uiten en hun stem te laten horen (Shaffer, 2018), of hoe Biesta (2021) het zou verwoorden: Kunst stelt kinderen in staat om in ‘dialoog met de wereld’ te komen. Plek van verwondering “Elk kind is een nieuwkomer in de sociaal-culturele wereld, het heeft een volwassenen nodig die de nog onbekende wereld laat zien” (Boland, 2015a). Wanneer je musea vergelijkt met andere recreatieve of leerrijke plekken, is het hier vooral de aanwezigheid van ‘authentieke objecten’ waartoe kinderen zich aangetrokken voelen. (Piscitelli et al., 2003) Het wekt nieuwsgierigheid op: is het groot of klein, kun je het aanraken, voelen of ruiken? Als een kunstwerk, naast dat het verrast, ook nog iets herkenbaars bevat, krijgen kleintjes nieuwe inzichten op basis van hun voorkennis. Er zijn zelfs aanwijzingen dat tentoonstellingen met objecten over herkenbare onderwerpen meer aanspreken dan multizintuigelijke presentaties (Piscitelli et al., 2002).

Dr. Kathy Danko – McGhee, professor en Early Childhood Art Education Coordinator aan de Universiteit van Toledo (persoonlijke communicatie, 8 juli 2018) onderstreept het belang van kunst voor de ontwikkeling van de allerkleinsten: Jonge kinderen zijn esthetische wezens met een aangeboren systeem om visuele beelden te ontvangen en verwerken, het museum is dus de perfecte plek voor hen. Het bestuderen van interessante vormen, lijnen en kleuren bevordert de neurologische verbindingen in de hersenen en leidt bij de allerkleinsten al tot een groot observatievermogen. Ook em. prof. dr. Dick Swaab (persoonlijke communicatie, 12 juni 2017) erkent de positieve effecten van kunst op het kinderbrein: Kinderen moeten gestimuleerd worden met nieuwe dingen en daar leent kunst zich uitstekend voor. Als we kijken naar baby’s, zien we dat na de geboorte 66 procent van hun brein nog moet worden aangelegd. Een babybrein dat niet gestimuleerd wordt, zal altijd kleiner blijven. Biedt kinderen dus informatie aan die geschikt is voor hun leeftijd, of nét iets moeilijker. Daag ze voortdurend uit!

3 tips voor leerkrachten, begeleiders en ouders om jonge kinderen in musea te begeleiden:

  1. Ouders of begeleiders kunnen ondersteuning bieden, door middel van taal of het inzetten van spel, om de kloof te overbruggen tussen wat een kind wel of niet weet.
  2.  Omdat de allerkleinsten nog niet altijd de verbale mogelijkheden hebben om te reageren op kunst, kan het voor hen effectief zijn om zich in een museum non-verbaal te mogen uiten door middel van beweging, geluid of een rollenspel. Sommige musea zijn bang dat ze zullen veranderen in een speelplaats en lijken daarom huiverig om spel toe te passen in hun zalen. Het is hierbij zoeken naar een balans, waarbij de speelse interactie niet ten koste gaat van de artistieke inhoud.
  3. Ga enkele keren naar eenzelfde museum: Abigail Hackett (2012) ontdekte dat de allerkleinsten betekenis geven aan een nieuwe omgeving door hun hele lijf te gebruiken. Uit haar onderzoek kwam naar voren dat regelmatig terugkeren naar hetzelfde museum bijzonder waardevol kan zijn. De kinderen in haar onderzoek kregen hierdoor in de loop van de tijd meer zelfvertrouwen en zochten bekende objecten op die ze herkenden van een vorig bezoek.

3 tips voor musea om ook jonge kinderen te verwelkomen:

  1. Mijn advies is om te starten met het serieus nemen van deze doelgroep. Benader kinderen niet als mens-in-wording, maar als mens die reeds ‘is’, zie hen als volwaardige bezoekers, competent en vol potentieel (Chavepeyer & Fallon, 2013/2016).
  2. Daarnaast gaat het ook om comfort en toegankelijkheid, iets dat George Hein (1988) beschrijft in Learning in the Museum. Het gaat bij een educatieve ervaring niet alleen om de inhoud van een tentoonstelling of activiteit. Wat ook meetelt is de context, de sfeer en zelfs de de manier waarop het museum – van de directie, de afdeling educatie tot het baliepersoneel en de suppoosten – bezoekers verwelkomd. Let ook op de positionering van kunstwerken: is alles zichtbaar en toegankelijk voor jonge kinderen? Neem een voorbeeld aan de allerkleinsten en durf te experimenteren met nieuwe programma’s. Alleen op die manier kunnen kunstmusea uitgroeien tot inclusieve en speelse ontmoetingsplekken waar families met jonge kinderen plezier hebben en samen kunnen ontdekken en leren.
  3. Integreer spel en beweging in het educatieve aanbod en verdiep je in de verschillende leertheorieën of laat je bijstaan tot deskundige kleuterleerkrachten, kinderbegeleiders, hogescholen of pedagogen met kennis van het jonge kind. Zo kunnen musea tegemoetkomen aan de sociale, emotionele, fysieke en intellectuele behoeften van de allerkleinsten. (Shaffer, 2015)

Conclusie

Het is tijd voor een nieuwe kijk op de allerkleinsten in musea, op hun gedrag en ook de manier waarop ze leren.

We eindigen met enkele positieve voorbeelden van hoe het ook kan: zo organiseerde de Gezinsbond en Faro, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed, in 2018 een vormingstraject voor dertien Belgische musea gericht op gezinnen met baby’s en peuters. In 2019 ontwikkelde het Mauritshuis de doe-tentoonstelling Hallo Rembrandt! voor kinderen van drie tot en met elf jaar oud. Museum Valkhof volgde in 2021 met het buggyboekje ‘DAG MUSEUM’.

Hoe organiseren jullie kunst-activiteiten met de jongste kleuters? Deel je eigen tips in de comments onder dit bericht.

Bronnen

Bell, D., Britt, C., Langdon, M., Palmer, A., & Rusholme, S. (2019). Early Years, Art
Learning and Museums: Principles and Practices. International Art in Early
Childhood Research Journal, volume 1, number 1.

Biesta, G. (2021). Door kunst onderwezen willen worden. Artez Press.

Boland, A. (2015) Het jonge kind. Hogeschool iPabo.

Chavepeyer, I. & Fallon, C. (2013). Les musées d’art, amis des tout-petits.
(V. Geudens, B., Vert.) Daneels

Departement Cultuur, Jeugd en Media, de VVSG en het Agentschap Opgroeien. (2020)
Kunst, cultuur en de allerjongsten.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2019) Kwaliteit van voor- en
vroegschoolse educatie in Nederland.

Montessori Kinderopvang. (z.d.). Montessori visie. Geraadpleegd op 28 november 2021, van
https://edu.nl/fcqe3

Piscitelli, B. & Anderson, D. (2000). Young children’s learning in museum settings. Visitor
Studies Today, 3(3), 3-10.

Piscitelli, B. & Weier, K. (2002). Learning With, Through and About Art: The Role of Social
Interactions

Piscitelli, B., Weier, K., & Everett M. (2003) Museums and Young Children: Partners in
Learning about the World. Pearson Education.

Shaffer, S. (2015). Engaging Young Children in Museums. Routledge

Shaffer, S. (2018). Object Lessons and Early Learning. https://doi.org/10.4324/9780203702253

Warwicker, M. (2014, 27 augustus). Should children run wild in art galleries and museums?.
BBC Culture. Geraadpleegd op 28 november 2021, van https://edu.nl/yke9h

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.