Zichtbaar denken

Een probleem met denken is dat je het niet kan zien. Het denken zichtbaar maken is de insteek van het project ‘Zichtbaar denken’ (Project Zero, 2021). Het reikt leerkrachten tools aan om een cultuur van actief denken te promoten en om het denkproces zichtbaar te maken door het voor te stellen via tekeningen, stappenplannen, beelden, etc.  

Voeldoos

Juf Lisi biedt een voeldoos aan met daarin een citruspers (Salmon, 2021). “We gaan 3 stappen volgen:

  • Eerst mogen jullie je hand in de doos steken en voelen wat erin zit.
  • De 2de stap is dat je verstand gaat denken en verbindingen maken met wat je al weet of met iets dat je kent.
  • De 3de stap is dat je naar de tafel gaat en probeert te tekenen wat je hebt gevoeld.

Daarna gaan de kinderen praten over hun tekeningen (Salmon, 2021):

  • “Wat is jouw hypothese? Wat denk jij dat het is?”
  • “Een regenboog” vertelt Clara bij haar tekening
  • “Wat deed je verstand denken aan een regenboog?”
  • “Omdat ik het voelde.”
  • “Hoe verbind jij een regenboog met wat jij voelde?”
  • “Ik dacht na.”
  • “Heb je al ooit eens een regenboog aangeraakt?” “Hoe voelt een regenboog?”
  • Clara denkt na en zegt na een tijdje: “Een regenboog voelt als een glijbaan.”

Na de activiteit krijgen de tekeningen van de hypotheses een zichtbare plaats in de klas.

Wil je in jouw klas ook een cultuur van denken stimuleren?

Dan kan je aan de slag met deze 8 krachten (Ritchhart, 2015):

  • Stel hoge verwachingen: De leerkracht prikkelt de hogere denkvaardigheden zoals een hypothese vormen, verbinden, verbeelden.
  • Creëer mogelijkheden tot denken: Hier via de uitdagende opdracht met de voeldoos.
  • Installeer denkroutines: De leerkracht biedt herhaaldelijk deze opdracht aan met dezelfde stappen (voelen-denken-verbinden-hypothese vormen).
  • Gebruik taal over denken: De leerkracht reikt woordenschat aan om het denkproces te beschrijven. Bijvoorbeeld: denken, verstand, verbinden, hypothese…
  • Geef tijd: Kinderen hebben tijd nodig om echt te denken en hun gedachten uit te drukken in taal of beeld.
  • Modelleer: Maak zichtbaar hoe jij zelf denkt. Breng dat onder woorden of teken het uit.
  • Promoot interactie: Leer kinderen respect te hebben voor de ideeën en bijdragen van anderen. Waardeer de verschillende ideeën die ontstaan.
  • Klasinrichting: Zorg dat het denken en de ideeën van de kinderen zichtbaar kunnen gemaakt worden in de klas. De tekeningen van hun hypothese worden opgehangen in de klas. Zo wordt het denken zichtbaar gemaakt. 

Hoge verwachtingen via uitdagende vragen

Wanneer we enkel weet- of procedurele vragen stellen, dan kunnen jonge kinderen snel hun interesse verliezen (Ritchhart, 2015). Weet-vragen peilen enkel naar feiten: Wat gebeurde er bij de waterval? Hoe heet het jong van een koe? Procedurele vragen stellen we vaak om het werk van de kinderen aan te sturen. Wat moeten we eerst doen? Waar moet je knippen? Uitdagender is focussen op ideeën genereren, verbanden leggen, interpreteren, verantwoorden, evalueren en de eigen redenering verwoorden. Na een uitstap bijvoorbeeld:

Vragen die beperkt denken uitlokkenVragen die denken stimuleren
Weet je nog waar we naartoe zijn geweest?
Hoe zijn we naar het kabouterbos gegaan?
Wie kwamen we daar tegen?
Waar hebben we onze boterhammen gegeten?  
Wat dacht je van de speeltuin?
Wat vraag je je af over de kabouterhuisjes?
Welke dingen heb je allemaal gezien op onze uitstap?
Wat vond je leuk aan een uitstap met de vriendjes van de klas?
Wat is er anders dan als je op stap gaat met je familie?
Hoe zorgen we ervoor dat een uitstap veilig verloopt?
Waarom zeg/denk je dat? 

Goede vragen ontstaan vanuit echt luisteren

“Goede vragen ontstaan wanneer we echt goed luisteren naar kinderen, verder bouwen op hun ideeën en interesses, en deze ook uitdagen. Elk kind wil zelf ideeën genereren en er eigenaarschap over hebben. Dat daagt het denken veel meer uit dan verteld te worden wat je zou moeten leren en begrijpen. Juf Renata stelde vast dat ze na een uitstap te veel vroeg naar feiten en louter terugblikte op wat er was gebeurd. Hier gooide ze het over een andere boeg, bouwde ze verder op de inbreng en stimuleerde ze authentiek denken” (Salmon, 2021):

  • Wat zag je onderweg?
  • Ik zag een plant.
  • Wat doet je zeggen dat het een plant was?
  • Je kan die er niet uithalen als je aan hun haar trekt.”
  • De juf toont een plant en vraagt: Het haar van de plant? Welk deel van de plant is het haar? Kan je dat eens tonen?

Denkroutines

Een denkroutine is een set van vragen of een korte reeks stappen die je kan gebruiken om het denken te ondersteunen (Project Zero, 2021). Kinderen raken vertrouwd met de stappen als je ze meermaals aanbiedt. Ze worden als het ware een routine. De stappen worden steeds verwoord en je kan ze visueel voorstellen met pictogrammen. Het verwoorden van de denkstappen is belangrijk om de metacognitie te stimuleren. De kinderen kunnen elementen tekenen per stap en de leerkracht kan zaken tekenen en/of noteren.

Met deze denkroutines kan je aan de slag:

1. Ik zie…, ik denk…, ik vraag me af …

  • Wat zie je?
  • Wat denk je dat je er al over weet?
  • Wat wil je er meer over weten?

2. Ideeën verzamelen, sorteren, verbinden en uitwerken

In dit filmpje denken de 4-jarigen met deze 4 denkstappen na over de vraag ‘Hoe kunnen we onze planeet helpen?’

  • Ideeën verzamelen: De kinderen brainstormen.
  • Sorteren: De kinderen groeperen de ideeën die samen horen en benoemen de categorieën.
  • Ideeën verbinden: De kinderen leggen verbanden tussen de ideeën. Wat heeft met elkaar te maken? Kan je verbindingen maken?
  • Uitwerken: De kinderen denken na wat ze in de school kunnen doen om de planeet te helpen.

3. In iemands schoenen gaan staan

De kinderen worden uitgenodigd om zich in de schoenen te plaatsen van iemand anders. Bijvoorbeeld: Hansje en Grietje zitten opgesloten. Als jij Hansje of Grietje zou zijn…

  • Wat zouden je zien en horen?
  • Wat zou je denken?
  • Wat zou je voelen? Welke gevoelens zou je hebben?
  • Wat zouden je kunnen doen?

4. Ik dacht eerst… Nu denk ik…

Deze routine helpt om te reflecteren over hoe onze indrukken en ideeën kunnen veranderen doorheen de tijd. Wat dachten we over de ezel voor het bezoek aan de kinderboerderij en erna? Wat dachten we over een rups voor we die in de klas hadden en erna? Wat dachten we over de maan voor en na het zien van een filmpje? Wat dachten we over baby’s voor en na het bezoek van baby Mila en haar mama in de klas?

5. Inzoomen

  • Je kijkt naar een deel van een afbeelding.
  • Wat zie je? Wat merk je op?
  • Wat denk je dat het is? Wat is je interpretatie/hypothese? Hoe kom je daarbij?
  • Laat meer zien van de afbeelding.
  • Welke nieuwe dingen zie je?
  • Verandert dat jouw idee over wat je denkt dat het is? Verandert dat jouw interpretatie/hypothese? Welke nieuwe dingen vraag je je nu misschien af?
  • Dit herhaalt zich tot heel de prent onthuld is. Zijn er nu nog zaken die je je afvraagt over de prent?

6. Ik denk… Ik vraag me af… Ik verken…

  • Ik denk…: De kinderen verwoorden wat ze er al over weten.`
  • Ik vraag me af … : De kinderen verwoorden wat ze er nog meer over willen weten.
  • Ik verken … : De kinderen zoeken naar HOE ze meer over het onderwerp te weten kunnen komen. Wat kunnen we doen om er meer over te weten te komen? Hoe kunnen we dit verder verkennen?

7. Alleen denken, per 2 uitwisselen, delen in groep

Je confronteert de kinderen met een open vraag.

  • Eerst denken ze individueel na over de vraag.
  • Vervolgens delen ze hun ideeën met een partner. Belangrijk zijn hierbij de gespreksinstructies: Je kijkt naar elkaar. Eén iemand vertelt, de andere luistert goed. Daarna wissel je van rol. Je mag ook samen verder over de vraag in gesprek gaan om tot nieuwe ideeën te koen.   
  • Tot slot worden de ideeën in de klasgroep uitgewisseld.

Hoe wordt denken een routine in mijn klas?

Werken met denkroutines is maar één van de ingrediënten om een cultuur van denken te creëren. De hamvraag is niet ‘Hoe kan ik werken met denkroutines?’, maar wel ‘Hoe kan ik van denken een routine maken in mijn klas?’ en ‘Welk soort van denken wil ik stimuleren?’ De ‘Understanding map’ biedt een overzicht van denkvaardigheden om op te focussen (Ritchhart & Church, 2020):

  • Observeren: Wat merk je op? Beschrijf eens wat je ziet?
  • Vragen stellen: Waar ben je nieuwsgierig naar? Waar wil je meer over weten?
  • Verbindingen maken: Hoe past dit bij wat je er al over weet?
  • Verschillende gezichtspunten verkennen: Hoe zou het zijn voor …? Wat zou die zien/denken/voelen/willen/hopen/…
  • Verklaringen en interpretaties opbouwen: Hoe komt het dat…? Wat zou het zijn? Wat zou dat betekenen?
  • Redeneringen onderbouwen met bewijsmateriaal: Waarom denk je dat? Hoe weet je dat?
  • Complexiteit onthullen: Waar bestaat het allemaal uit? Wat komt er allemaal bij kijken?
  • De kern vatten en conclusies vormen: Waar ging het over? Wat hebben we hieruit geleerd? Wat is het belangrijkste hierbij?

Bronnen

Bronnen afbeeldingen

  • Afbeelding Think-Pair-Share: Apriani, E. (2016). Using The Think-Pair-Share (TPS) Strategy to Enhance Students Reading Achievement of The Seventh Grade at MTsN Lumpatan.
  • Afbeelding Zoom-in: Susan Mohler (2017). Zoom In Thinking Routine https://youtu.be/sf02Qikpp7g

5 gedachtes over “Zichtbaar denken

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.