Kleuters aan de slag met leesmaterialen van A tot Z, deel 1 – van Agenda’s tot Fabels

Beter lezen is beter leven

… en daarom willen we allemaal goede, sterke lezers maken van onze leerlingen – van kleuter tot adolescent.

Eén van de (vele) acties die daartoe bijdragen, is vanaf het prille begin je leerlingen met zoveel mogelijk verschillende boeken en andere leesmaterialen in contact brengen; om in je klas (en op school!) dus steeds te voorzien in een rijk en gevarieerd leesaanbod dat toegankelijk is voor alle leerlingen. Doordat ze deze uiteenlopende leesmaterialen aangeboden krijgen, kunnen de leerlingen van kindsbeen af hun leesvoorkeuren ontdekken – en zo verhoog je als leerkracht hun autonome leesmotivatie.

Over krachtig leesonderwijs kunnen we in Van duurzaam leesbeleid naar sterk leesonderwijs bovendien lezen: “Sterk leesonderwijs vertrekt in de eerste plaats van motiverende leesopdrachten. Leesmotivatie ontstaat immers niet alleen wanneer je lezen ‘leuk’ vindt, maar ook wanneer je lezen als nuttig en interessant ervaart. Daarom is het aangewezen dat leesopdrachten aansluiten bij leervragen van de leerlingen, bij thema’s waarrond op school gewerkt wordt, bij uitdagende en rijke teksten … Daarbij kan de leerkracht zowel non-fictie als fictie inzetten. Van belang hierbij is dat leerlingen voldoende kansen én tijd krijgen om zich in (literaire) teksten te verdiepen om deze beter te leren begrijpen. Door de transfer te maken van de leesactiviteit naar andere lessen of (schrijf)opdrachten wordt lezen écht functioneel en geen ‘opdracht’ op zich.” (Hebbrecht & Vansteelandt, 2020)

In deze blog willen we jou inspireren om met gevarieerde, uiteenlopende en rijke leesmaterialen aan de slag te gaan in de kleuterklas. We graaiden daartoe op alfabetische wijze in onze grabbelton der leesmaterialen (waarnaar je misschien niet automatisch zou grijpen voor gebruik in de kleuterklas); en stelden rond een aantal van die materialen voorbeelden op van hoe deze functioneel en succesvol kunnen gebruikt worden door leerkracht én (vooral) kleuters.

In dit eerste deel behandelen we enkele leesmaterialen van A tot F: we geven tips over hoe je agenda’s, atlassen, catalogi en fabels kan inzetten bij kleuters. Aan het einde van dit deel maken we ook al even een sprongetje voorwaarts naar deel 2 en grabbelen we, in het kader van Gedichtendag vandaag (als startschot voor de Poëzieweek), de letter P uit onze ton.

Veel lees(materiaal)plezier!

Maximaal Megataal (Algoet, 2019)

In Maximaal Megataal worden hapklare tips gegeven om van administratieve taken ook zinvolle onderwijstijd te maken. Voor het registreren van de aanwezigheden wordt bijvoorbeeld aangeraden om eens klassikaal en in het thema de aanwezige kleuters te tellen, of in subgroepen (de kinderen met lang haar versus de kinderen met kort haar; met een broek versus een jurk of rok …). (Algoet, 2016)

Onze suggestie: je kan het aanwezigheidsregister voor een bepaalde dag (kopiëren en) uitvergroten en aan het bord hangen. De kleuters kunnen de aanwezigheden zelf eens noteren op dat blad; en dan vergelijken met het register van de juf of meester: ziet het er in haar of zijn boekje hetzelfde uit?

In Maximaal Megataal vind je tevens tips om de daglijn in de kleuterklas functioneel en krachtig aan te pakken (Algoet, 2016); en ook op Kleutergewijs krijg je hier goede ideeën over. Deze waren aanvankelijk bedoeld voor het thuisonderwijs aan onze kleuters in bizarre tijden – maar waarom zou je hiermee niet aan de slag gaan in de kleuterklas zélf? “Kinderen kunnen zelf de activiteiten of belangrijke momenten in de dag inkleuren en/of deze zelf tekenen. Vervolgens kunnen ze deze uitknippen en opplakken om zo zelf het dagverloop weer te geven. De daglijn biedt ook een handig hulpmiddel om, samen met de kleuter, zowel terug te blikken als vooruit te blikken op wat er nog te gebeuren staat die dag. Kleuters krijgen zo meer grip op de situatie en ze zien ook dat de daglijn soms kan veranderen. Het kiezen, inkleuren en uitknippen van de prenten maakt de daglijn ook iets van hen zelf wat kleuters extra zal motiveren hier gebruik van te maken.” (Vanmierlo, Vancraeyveldt & Aerden, 2020)

(doelen) Met deze activiteiten werk je o.a. aan oriëntatie op de tijd met kleuters: ze leren tijdsbegrippen en verschillende soorten kalenders functioneel gebruiken. Ook de zintuiglijke ontwikkeling komt aan bod: de kleuters moeten gericht en intens waarnemen;  verslag uitbrengen van wat ze hebben waargenomen en deze waarneming met elkaar (of de leerkracht) vergelijken …

In het blogbericht (Met) boeken wérken in de kleuterklas! (Verbruggen, 2019) kreeg je reeds een doeltreffend voorbeeld van hoe je met een wereldatlas kan werken in de kleuterklas. De tips die in dat bericht gegeven werden, vallen makkelijk om te zetten naar andere periodes en thema’s. Als je bv. een tijdlang rond (enkele) landen van de wereld werkt, zorg je dat je voor elk land ter afronding een mindmap maakt – samen met de kleuters. Aan het einde van het thema breng je alle mindmaps samen, en de kleuters kiezen aan welk land ze nu het liefste een bezoekje zouden willen brengen … “Hoe geraak je vanuit België (of nog meer verdiepend: vanuit onze klas) in dat land? Op welke manieren, met welke vervoersmiddelen? Via welke wegen? (land, water, lucht) Wanneer ben je het langst/kortst onderweg? Ben je met de auto langer onder weg dan met de trein? Welk voertuig is het snelste? … En hoe zou jij uiteindelijk willen reizen naar … , dan? Waarom?”

(doelen) Met deze activiteiten werk je o.a. rond onderzoekend leren met kleuters; integreer je taal, wereldoriëntatie en wiskunde; en werk je ook aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kleuters, meer bepaald hun relationele vaardigheden (samen zaken opzoeken). En … een mindmap is ook een prima leesmateriaal voor de kleuters, dat ze dan nog wel zélf opstelden!

Uit: Dierenatlas (Aladjidi & Tchoukriel, 2017)

Je bent met de kleuters naar de kinderboerderij of de zoo geweest; je leest een prentenboek voor waarin enkele fabelachtige dieren een prominente rol spelen; je gaat met je kleuters vogels spotten; je werkt rond dieren – ter land, ter zee of in de lucht … Kleuters vinden het geweldig om op onderzoek te gaan in een dierenatlas, om na te gaan waar bepaalde dieren en diersoorten vandaan komen, of er dieren zijn in Océanië of Hongarije die ook in België ‘in het wild’ leven, enzovoort. Laat hen aan de slag gaan met deze atlas om hun kennis van de dierenwereld te verrijken!

(doelen) Zo werk je met de kleuters o.a. aan kaartbegrip, oriëntatie- en kaartvaardigheid; leer je de kleuters gerichter en kritischer kijken; stimuleer je hun aangeboren nieuwsgierigheid en onderzoeksdrang; werk je rond zelfsturing bij de kleuters: ze leren strategieën inzetten om informatie te verkrijgen; integreer je taal en wereldoriëntatie …

Onze studenten Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs (Odisee) laten we jaarlijks aan de slag gaan met het verhaal van Een echte ridder. Jordy (Welzijnszorg, 2019). Met de kleuters in hun stageklassen gaan ze op zoek naar wat mensen een ridder of een held kan maken; ook al kunnen ze niet vliegen zoals Superman, of met ingebouwde spinnendraden over muren en daken razen zoals Spiderman.

Aan de hand van de illustraties in een heldenatlas trachten de kleuters te achterhalen waarom een bepaald persoon als ‘held’ wordt beschouwd. Bob Dylan bijvoorbeeld: uit de afbeeldingen op p.18 kunnen de kleuters al heel wat opmaken!

(doelen) Via deze activiteit werk je rond wereldoriëntatie met de kleuters – ze tonen belangstelling voor het verleden, het heden en de toekomst, hier en elders én ze ervaren, onderzoeken en stellen vast hoe mensen cultureel verscheiden zijn en daardoor ook van elkaar verschillen in wat ze belangrijk vinden, in hoe ze leven.

Uit: Heldenatlas (Colombo & Faccioli, 2018)
Bob Dylan (Dylan, 1962)

De kleuters leren ook met behulp van volwassenen eenvoudige informatiebronnen te hanteren om iets te weten te komen; én je spreekt hun waardengevoeligheid en normbesef ook aan – door hen te laten ervaren hoe mensen kunnen bijdragen aan het welzijn van anderen, van een groter geheel. Tot slot zet je hier ook in op hun schriftelijke taalvaardigheid – door hen kennis te laten maken met leesstrategieën (prenten, pictogrammen … ‘lezen’).

The Villagers. Interview Rinus Van de Velde by Tim Van Laere. Courtesy Tim Van Laere Gallery, Antwerp.

Met een kunstcatalogus zoals The Villagers (TVLG, 2019) kan je ook functioneel aan de slag gaan in de kleuterklas. Zo is het interessant voor kinderen om te werken rond materiaalherkenning:

Als leerkracht introduceer je al tekenend houtskoolstaafjes (i.e. materiaalimpressie vanuit het echte materiaal, omdat de kleuters houtskool mogelijk niet kennen).

Dan gaan de kleuters over naar het leesmateriaal: kunnen ze dit materiaal herkennen in de catalogus die ze doorbladeren? Kunnen ze houtskool herkennen in een foto, i.e. een reproductie van een werk?  Ze kleven stickertjes op de werken waarin ze houtskool herkennen. Dan kan je nog een verenging maken: ‘wat is een portret?’. De kleuters kleven een tweede stickertje op de portretten die met houtskool werden getekend.

Tot slot gaan de kleuters zelf aan de slag met houtskool (i.e. expressie) in een beeldende activiteit. Hierbij kan je ervoor kiezen om te focussen op het experimenteren met het materiaal (zacht en hard drukken op het materiaal, doezelen, gommen met een kneedgom … ); óf inhoudelijk te werken rond iets dat ze in de catalogus hebben gezien, bv. de portretten – dan laat je de kleuters ook portretten maken in houtskool.  Je kan tijdens het beeldend werken de catalogus op de tekentafel leggen zodat de kinderen tijdens het tekenen kunst kunnen beschouwen.

(doelen) Met deze activiteiten laat je de kleuters o.a. de muzische bouwstenen beleven, herkennen, onderzoeken en hanteren; en werk je rond hun muzische geletterdheid door hen het verschil te laten ervaren tussen muzisch beschouwen en creëren – door het beschouwen doen ze ideeën op voor het eigen creëren. Je spreekt ook hun muzische grondhouding aan – door hen het kunstzinnige in de omgeving te laten exploreren, verwonderd te laten zijn door en plezier te beleven aan kunst.

I am still not there, David. (RVDV)
Courtesy Tim Van Laere Gallery, Antwerp.
They call him the wall of the village. (RVDV)
Courtesy Tim Van Laere Gallery, Antwerp.

Wil je in de kleuterklas aan de slag gaan met fabels? Neem dan bijvoorbeeld Boven in een groene linde zat een moddervette haan erbij (van Donkelaar, Van Rooijen & Posthuma, 2008). Elke fabel in dit boek werd op rijm gezet, en de versregels werden gegroepeerd in strofen.

De hond en het bot (van Donkelaar, Van Rooijen & Posthuma, 2008)

Een suggestie voor een activiteit rond het fabelachtige dierdicht De hond en het bot: deze fabel is opgedeeld in strofes, we vatten elke strofe als aparte scène op.  De kleuters worden ‘opgedeeld in de verschillende scènes’, en krijgen de opdracht de toegewezen akte te verbeelden (waarbij ze gebruik kunnen maken van hun lichaam, verkleedattributen, materialen in de klas – wie weet nemen de Vlaamse kleuters wel een regenlaars in de mond om één en ander te verbeelden).

De kleuters beelden in groepjes elke strofe uit, de leerkracht maakt van elk groepje (en dus van elke strofe) een foto (tableau vivant). De foto’s worden in de juiste volgorde in een blanco boekje gekleefd … en zo heeft de klas uiteindelijk twee versies van eenzelfde fabel!

(doelen) Via deze activiteit werk je met de kleuters aan hun muzische grondhouding – ze durven verbeelden en beleven daar ook plezier aan; muzische geletterdheid – ze gaan aan de slag met de muzische bouwstenen rol, ruimte en samenspel; en muzische vaardigheden – de kleuters verfijnen hun non-verbale expressieve vaardigheden, en de bedoeling is dat ze tot een kwaliteitsvol muzisch samenspel komen … Je werkt ook aan de mediageletterdheid van de kleuters door hen de eigenheid en mogelijkheden van verschillende mediamiddelen en hun toepassingen te laten ontdekken en begrijpen; én ook hun sociale vaardigheden worden aangescherpt door aandacht te moeten geven aan – en inspelen op – andere kinderen in het samenspel … 

Je hebt voor je kleuters wellicht al één en ander uitgewerkt, zoek je nog extra inspiratie om snel mee aan de slag te kunnen, dan trakteren we je hieronder graag nog op enkele tips voor deze Poëzieweek:

Fabels zijn voor kleuters veelal op rijm geschreven, hierboven beschreven we een manier uit om ermee aan de slag te gaan.

(Budde, 2020)

Verhalende prentenboeken op rijm kunnen zeker ook als poëzie beschouwd worden! Maak er bv. een zaak van om gedurende de poëzieweek enkel verhalende prentenboeken op rijm voor te lezen aan de kleuters; of kies één dag per maand waarop in de hele basisschool enkel verhalende (prenten)boeken op rijm worden voorgelezen (suggesties vind je o.a. via https://www.boekenzoeker.be/prentenboeken-op-rijm ).

Met een fraai, dichterlijk prentenboek als Stekelhaar is echt niet raar (Budde, 2020) kan je op dezelfde wijze als hierboven beschreven (fabels, De hond en het bot) te werk gaan met de kleuters: met zowel tekst als prenten kunnen ze aan de slag om te verbeelden. Laat hen bijvoorbeeld de prenten nog niet zien, maar alles al eens ‘uitbeelden’ (waar je dan foto’s van maakt). Nadien kunnen jullie samen bekijken of de prenten in het boek lijken op de foto’s … en je kan een versie van dit boek maken met jouw kleuters in de hoofdrollen (afbeeldingen).

Maak – samen met de kleuters! – een poëziemobiel. Je kan de poëziemobielen ook uitwisselen tussen de verschillende klassen, en dat hoeft uiteraard niet beperkt te blijven tot de poëzieweek! Meer informatie over de poëziemobiel vind je in het blogbericht De poëziemobiel: een pleidooi voor permanente poëzie (Verbruggen, 2017).

Met poëzie kan je alle kanten uit in de kleuterklas. Laat je inspireren door de tips die je vindt in het blogbericht Poëzie in de kleuterklas is meer dan geheugentraining! (Taal)plezier met poëzie (Verbruggen, 2018).

Op de website van de Poëzieweek vind je nog veel meer ideeën, suggesties, activiteiten, achtergrondinformatie … rond poëzie, voor peuters tot volwassenen: https://www.poezieweek.com/

Belangrijk bij alle activiteiten rond poëzie, is dat je:

  • zo vaak als mogelijk de poëziebundel of het gedichtenboek van waaruit je een bepaald gedicht haalt, ook live laat zien aan de kleuters; en hen ook de kans biedt om (bv. in de boekenhoek) rustig in deze leesmaterialen te grasduinen;
  • steeds vermeldt wie auteur en/of illustrator van een bepaald gedicht is (“Het gedicht werd geschreven door … en de prachtige potloottekening erbij werd gemaakt door …”);
  • regelmatig de termen auteur, schrijver, dichter, poëet, illustrator … gebruikt.

Ga je aan de slag met één of meerdere van de bovenstaande tips? Aarzel niet om daar een (foto)verslagje van te maken, en door te sturen naar jaantje.verbruggen@odisee.be … Wie weet krijgt jouw kleuterklas/-school wel een mooi plekje op https://boekenhouder.be/ !

Dit artikel werd opgesteld door Jaantje Verbruggen en Ruth Van Wichelen.

Ruth Van Wichelen is docent kunsteducatie in de lerarenopleidingen van Odisee; en illustratrice.

Jaantje Verbruggen is docent taalstimulering in de kleuterklas in de lerarenopleidingen van Odisee; en projectcoördinator van het LOS-project Boeken troef!

Dit artikel werd opgesteld in het kader van Boeken troef! , een Lezen op School-project gefinancierd door de Vlaamse overheid.

2 gedachtes over “Kleuters aan de slag met leesmaterialen van A tot Z, deel 1 – van Agenda’s tot Fabels

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.