Meetcultuur in kleuterscholen: klaar voor de toets?

Vlaams Minister van Onderwijs, Ben Weyts, gaf aan het Centrum voor Taal en Onderwijs (CTO) de opdracht om na te gaan of het mogelijk is een screeningsinstrument te ontwikkelen dat op een betrouwbare en valide manier de taalvaardigheid van 5-jarige kleuters meet. Samen met het doorvoeren van de vervroegde leerplicht (kleuters zijn al leerplichtig vanaf de 3de kleuterklas), moet deze screening vanaf volgend schooljaar ervoor zorgen dat kinderen een betere taalvaardigheid bezitten tegen de start van het eerste leerjaar.

Meten om te weten

Binnen kleuteronderwijs maakt men zich zorgen omtrent taalvaardigheid. In sommige scholen is dit al jaren een uitdaging en wordt er reeds veel werk verricht. In andere scholen is het een opkomende zorg de laatste jaren. De lockdown lijkt het probleem voor een aantal kleuters die thuis een andere taal spreken, nog te vergroten: ze hoorden nauwelijks nog (voldoende en rijk) Nederlands en dat merken leerkrachten. Het begrijpen van opdrachten, zelfs routine-opdrachten als de boekentas wegzetten en de jas ophangen, vraagt opnieuw extra investering.

Vanuit deze context, lijkt de vraag om een screeningsinstrument voor taalvaardigheid wel de ideale maatregel: de zorg die leerkrachten ervaren kan via de screening verder aangescherpt worden en zo leiden tot een gerichtere aanpak op maat in de derde kleuterklas, met het oog op een vlottere overstap en meer succes in het eerste leerjaar. Maar, is het zo eenvoudig?

In Nederland binnenkort geen verplichte CITO-toetsen meer

In Nederland gebruikte men al jaren van bij de 4-jarigen de CITO-toetsen als basis om ontwikkeling in wiskunde en taal op te volgen. Echter, onder andere door het protest van een werkgroep die de eigenheid van kleuteronderwijs terug wil erkennen, heeft de Nederlandse regering aangekondigd dat kleuters geen schoolse toetsen meer hoeven te maken. Dit lezen we hierover in een nieuwsbericht van de Rijksoverheid:

Volgens het kabinet past het niet bij de ontwikkeling van kleuters om met schoolse toetsen te meten hoe ze ervoor staan. Kleuters ontwikkelen zich spelenderwijs en in sprongen. Een toets met een opgavenboekje, pen en papier in de schoolbanken doet daar geen recht aan.  (…) De verwachting is dat de kleutertoetsen vanaf 2021 niet meer in het leerlingvolgsysteem zijn opgenomen. (Ministerie van Algemene Zaken, 2018)
(*Ondertussen is dat aangepast naar augustus 2022, omdat de wet waarin de aanpassing wordt geregeld op zich laat wachten.)

Op Early Years, de Nederlandse zusterblog van Kleutergewijs, wijst Heuvelman (2020) erop dat je de ontwikkeling van kleuters beter kan opvolgen op andere manieren dan door testen; door observaties bijvoorbeeld, of door spelletjes en gesprekjes. Ze stelt ook de normering in vraag: het is beter om kleuters in hun ontwikkelingsstappen op te volgen en dus met zichzelf te vergelijken, dan met een vooropgestelde norm die vertrekt van landelijke gemiddelden op een toets. De fout ligt in de interpretatie van zulke scores. Vaak worden alle scores onder het gemiddelde ervaren als onvoldoende en dat klopt echt niet.

Ook Michel Vandenbroeck (2020) maak kritische kanttekeningen bij de ‘meetcultuur’ bij jonge kinderen. Het meten met behulp van toetsen past bij een manier van denken waarin wetenschappelijkheid staat voor ‘objectiviteit’ en lijkt zo een antwoord te bieden op het probleem dat observaties te subjectief zouden zijn. Hier is hij het niet mee eens.  Meetinstrumenten zijn immers ook niet waardenvrij en universeel. Sommige dingen worden gemeten, andere dingen niet. De focus ligt op datgene dat waardevol wordt geacht in een bepaalde context, vaak vanuit economisch perspectief. De waarde van observaties wordt op die manier vaak onderschat en dat is jammer.

Recent wordt er meer en meer gezocht naar manieren om ook observaties meer gestandaardiseerd te laten verlopen, zoals bij Kobi-Tv of nieuwe CITO’s. Door ook doe-opdrachten mee op te nemen in de toets, wordt hij alvast meer kleutervriendelijk. Toch blijft ook hier de vraag: in welke mate kunnen de diverse groepen van kleuters binnen die standaardisatie het beste van zichzelf tonen?

Kris Van den Branden (2020) wijst er op dat je voor- of tegen een toets kan zijn, maar dat het niet de toets is die het verschil maakt, wel het gebruik ervan. En dat geldt trouwens ook voor andere vormen van gegevens verzamelen over de ontwikkeling van kinderen. Net daarom willen wij stilstaan bij de vraag: waarvoor worden toetsen, en volgend jaar mogelijk ook de taalscreening, dan precies gebruikt? En wat zijn dan mogelijke voordelen, maar ook valkuilen van het gebruik ervan bij kleuters?

Wat is de mogelijke betekenis van een toets bij kleuters? Welke conclusies kan je eruit trekken en welke niet?

De belangrijkste doelstelling van het instrument dat momenteel ontwikkeld wordt, is het snel opvangen van signalen van achterstanden van kinderen, met de bedoeling om hierbij dan tijdig een gepaste ondersteuning op gang te brengen. Dat is belangrijk, want tijdige interventie kan een groeiende achterstand voorkomen. Het probleem dat kinderen het eerste leerjaar instappen met een grote taalachterstand moet daarom al van in de kleuterschool aangepakt worden.

Maar hoe werkt dat ‘signalen opvangen’ dan precies? Welke conclusies kan je eruit trekken en welke niet? We gaan eerst even in op enkele kritische kanttekeningen die uit onderzoek komen.

Niek Frans (2009) concludeert uit haar onderzoek dat je vanuit een kleutertoets geen voorspellingen kunt doen over eventuele taal- en rekenproblemen in het lager onderwijs. Zij gebruikte in haar onderzoek de (oude) CITO-toetsen en stelde vast dat bij jonge kinderen slechts een klein deel van de lage scores ook laag blijven doorheen de jaren. Grote groeisprongen komen daarentegen geregeld voor. Misschien merk je dat ook uit observaties als leerkracht: kleuters kunnen soms heel intens opgaan in één bepaalde ontwikkelingsstap, waardoor de rest precies even ‘on hold’ lijkt te staan? Of je merkt dat de kleuter de ene dag iets kan, maar dat het de volgende keer weer niet meer lukt… Een terugval? Of even een stapje terug om de basis beter te leggen? Dit verwijst naar de ontwikkelingssprongen die zeer eigen zijn aan jonge kinderen. Wat betekent dit nu voor de interpretatie van een (eenmalig) toets- (of observatie-)moment? Wat zegt dat ons over de verdere ontwikkeling van kleuters?  Met de overgang naar het eerste leerjaar, raken we ook een ander kwetsbaar punt in ons onderwijs. Zou een toets dan een selectie-instrument kunnen worden dat bepaalt: wie mag starten in het eerste leerjaar en wie nog niet? Onderzoek over zittenblijven (Vandecandelaere et al., z.d.) heeft heel wat aan het licht gebracht over de complexiteit van deze beslissing. We vatten kort samen: hoewel leerkrachten wel geloven in de positieve effecten van zittenblijven, blijkt uit onderzoek dat zittenblijven op langere termijn negatief doorwerkt (zowel op gebied van wiskunde als psychosociaal functioneren). Anderzijds, als er wel een jaartje extra nodig is, geeft zittenblijven in de kleuterklas betere resultaten dan zittenblijven in het eerste leerjaar. Een moeilijke beslissing dus, die leerkrachten samen met ouders en CLB moeten nemen. Er wordt dan ook naar meerdere gegevens gekeken en meerdere domeinen. Toch willen we de vraag nog stellen : hoe doorslaggevend zijn toetsresultaten als onderbouwing voor de beslissing over al of niet zittenblijven? Welke rol hebben zij in de communicatie met ouders? Durf je of mag je als leerkracht hier nog tegen ingaan als je observatie iets anders zegt? En als ouder? En welke rol krijgen andere, niet zo makkelijk meetbare facetten, in het vormen van een beeld over kinderen?

Welke conclusies kan je dan wel trekken? Hoe kijk je dan naar het signaal uit een toets dat er mogelijk toch een achterstand zou zijn? Een toets of een gestandaardiseerde observatie geeft vooral een beeld van hoe een kleuter scoort op dat moment, in die context en met die specifieke opdracht. Het lijkt ons dan ook in eerste instantie een uitnodiging om verder te kijken op andere momenten en binnen andersoortige activiteiten waarin kleuters zich tonen, zeker ook bij vrij spel. Vygotski leerde ons immers dat kinderen zich in spelsituaties, vooral in rollenspel, in de zone van naaste ontwikkeling begeven. Daarnaast moeten resultaten van een toets zeker in relatie bekeken worden met andere ontwikkelingsdomeinen die niet in de toets zijn opgenomen. Het kind moet steeds in zijn ‘volledige zijn’ bekeken worden, om te begrijpen wat de vaststelling uit een toets kan betekenen.

Toetsen afnemen is één ding, ondersteunen wat anders

Als je ondersteuning aanbiedt op basis van toetsen, dan kan dit op drie niveaus: op kindniveau, op groepsniveau en op schoolniveau. We gaan in deze blog verder in op groeps- en schoolniveau. Hoe kan een toets zorgen voor een betere ondersteuning op maat in de klaswerking algemeen? En waar zitten ook hier weer mogelijke valkuilen?

Een klassieke valkuil is ‘Teaching-to-the-test’: je kan in de verleiding komen om met de hele klasgroep te oefenen op de specifieke toets-items, al dan niet met werkblaadjes die al een beetje lijken op de toets. De focus ligt dan eigenlijk op: we willen dat iedereen zeker het gemiddelde haalt en liefst erboven. Op zich is dat niet alleen een utopie (als de meerderheid boven het gemiddelde zit, dan is het geen gemiddelde meer), ook kan dit schadelijk zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Ontwikkelingsstappen die vooraf gaan aan de vaardigheden die getoetst worden, worden op deze manier wel eens overgeslagen, en dat is fout. Toch zien we dat heel wat leerkrachten gaan oefenen, vaak vanuit een gevoel van druk om de kinderen ‘klaar te maken’ voor de toets of voor het eerste leerjaar. Hoe interpreteer jij het als kinderen in jouw klas onder het gemiddelde zitten? Hoe ervaar jij die druk en hoe ga je hiermee om? Durf jij de test los te laten en tijd geven aan wat de kinderen ‘nu’ nodig hebben in hun ontwikkeling?   Toch kan je ook de vraag stellen: wat is er dan mis met oefenen? Heel veel van wat je geleerd hebt is toch ook ooit geoefend geweest? Ja dat klopt. Kleuters zijn trouwens ook dol op herhaling, hetzelfde steeds opnieuw en opnieuw doen. Het lijkt ons vooral belangrijk dat, als je gaat oefenen, je de betekenis van de oefening voor deze kleuters vooral in het oog houdt. Het is de bedoeling dat je breed prikkelt en oefenkansen aanbiedt, maar wat de kleuter ermee doet, dat bepaalt uiteindelijk enkel de kleuter zelf. Het meest kans op slagen heb je als je zoekt hoe de oefening zo natuurlijk mogelijk geïntegreerd kan worden  in het spontane spel van de kleuters.

Heel wat scholen kiezen voor het werken met niveaugroepen. Je kijkt welke kleuters uitvallen en je gaat hen in een apart groepje extra ondersteunen op maat. Diverse onderzoekers (van den Bergh, 2018; Denessen, 2017; De Fraine, 2019) waarschuwen echter voor het risico van onderschatting. In de praktijk krijgen kinderen in zo een ‘taalzwak groepje’ immers vaak een sterk vereenvoudigd en verengd aanbod, enkel gericht op het (vermeende) tekort. De focus ligt bijvoorbeeld op een heel eenvoudige taak en, omdat het allemaal taalzwakke kleuters zijn, is de kwaliteit van de communicatie vaak beperkt. Het leren van elkaar wordt daardoor moeilijk en dat is jammer. Hoewel kleuters vaak genieten van het nauwere contact dat in kleine groepjes ontstaat, missen ze toch brede en uitdagende prikkels. Het is dus belangrijk om een doordacht aanbod te ontwikkelen, ook op maat van taalzwakke kleuters. Hoe zorg jij ervoor dat dit ook uitdagend blijft? Durf jij hen ook te prikkelen met ‘moeilijke’ taken waarin diverse competenties (ook sterktes) worden aangesproken? Hoe ondersteun jij hen hierbij, talig en niet-talig? En kan spelen hierin ook een plaats krijgen?  Tegelijk is het zeer aangeraden om in dat spel gericht te investeren in de interactie met taalsterkere kleuters. Hoe kan je er bijvoorbeeld voor zorgen dat ook de ideeën van taalzwakkere kleuters in het spel opgepikt worden? Hoe kan jij de communicatie op gang brengen en, bijvoorbeeld via meespelen, een brug leggen tussen diverse kleuters?

Vaststellingen op toetsen kunnen eigenlijk best aangegrepen worden als uitdaging tot reflectie met het volledig kleuterteam: Wat betekent het als je vaststelt dat heel wat kleuters uitvallen op een bepaald topic? Hoe komt dit? Hoe kunnen wij hier extra in investeren doorheen onze dagelijkse werking? Wat doen we al goed en hoe kunnen we zelf nog groeien? Hier gaat het dus niet om het inzetten op wat kleuters doen an sich, maar op wat leerkrachten kunnen doen om te werken aan een sterkere brede basiszorg. Het doel is dat de hele kleuterwerking per definitie een rijk taalbad wordt. De reflectie met collega’s mondt dus uit in een professionaliseringstraject op maat van de leerkrachten; de leerkrachten worden ondersteund om te groeien en daarin hebben ook bovenstaande vragen over betekenisvol oefenen, uitdagen en samenwerken een plaats.

En jij? Hoe kijk jij naar de meetcultuur in kleuteronderwijs?

Misschien heb jij gelijkaardige of nog andere ervaringen, overwegingen en vragen over toetsen en hoe we daar binnen het kleuteronderwijs al of niet een meerwaarde in vinden. In het project ‘Wolkenmeters’ zijn we op zoek naar die verhalen en meningen: wat vind jij belangrijk in het omgaan met screenings of toetsen? Wat haal je uit de toets(en) die je afneemt? Of ook: wat zijn voor jou argumenten om de toetsen los te laten? Welke alternatieven zie jij? Als jij graag jouw mening deelt via een online gesprek van een uurtje, geef dan een seintje op volgend mailadres: ilse.aerden@ucll.be

 

Ilse Aerden en Hilde Stroobants – gastbloggers UCLL Project ‘Wolkenmeters’

 

INSPIRERENDE BRONNEN:

Denessen. E. (2017). Gedifferentieerd onderwijs vergroot juist ongelijke kansen. Universiteit Leiden. https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2017/06/oratie-denessen-gedifferentieerd-onderwijs-vergroot-juist-ongelijke-kansen

Heuvelman, R. (2020, juni 19). Kleutertoetsen, het zou verboden moeten worden?! Early Years blog. https://earlyyearsblog.nl/2020/06/19/kleutertoetsen-het-zou-verboden-moeten-worden/

Ministerie van Algemene Zaken. (2018, juli 6). Geen toetsen meer voor kleuters—Nieuwsbericht—Rijksoverheid.nl [Nieuwsbericht]. Ministerie van Algemene Zaken. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/07/06/geen-toetsen-meer-voor-kleuters

van den Bergh, L. (2018). Waarderen van diversiteit in het onderwijs. https://surfsharekit.nl/publiek/fontys/2393364a-046c-49ac-b58b-ec0d0b36d654

Van den Branden, K. (2020, juli 6). Over de macht en onmacht van centrale toetsen. DUURZAAM ONDERWIJS. https://duurzaamonderwijs.com/2020/07/06/over-de-macht-en-onmacht-van-centrale-toetsen/

Vandecandelaere, M., Vanlaar, G., Goos, M., De Fraine, B. & Van Damme, J. (2013). Effecten van zittenblijven in de derde kleuterklas op de wiskundegroei. Een propensityscore-stratificatie-analyse. In Pedagogische Studieën, (90) 58-73.

Vandenbroeck, M. (2020). Measuring the young child: on facts, figures and ideologies in early childhood, Ethics and Education, 15:4, 413-425, DOI: 10.1080/17449642.2020.1824096

 

Nog enkele extra inspiratiebronnen met een kritische kijk:

Goorhuis, S. (2014). Peuters en kleuters onder druk. De ziekmakende effecten van een toetscultuur. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Delfos, M. (2020a). Het IQ en de intelligentie. Picowo-serie deel 19. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

 

https://www.arts.kuleuven.be/cto/materialen/kleuter/taalscreening

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/07/06/geen-toetsen-meer-voor-kleuters

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/07/06/kamerbrief-over-kleutertoetsen

https://www.rug.nl/about-ug/latest-news/events/promoties/?hfId=118711

https://duurzaamonderwijs.com/2020/07/06/over-de-macht-en-onmacht-van-centrale-toetsen/

https://earlyyearsblog.nl/2020/06/19/kleutertoetsen-het-zou-verboden-moeten-worden/

 

 

 

4 gedachtes over “Meetcultuur in kleuterscholen: klaar voor de toets?

  1. Ik las in een internationaal handboek dat de evolutie van de taalvaardigheid tussen 4 jaar en 14 jaar vaak erg stabiel is, terwijl die tussen 0 jaar en 4 jaar moeilijk te voorspellen valt (Grover, Uccelli et al., 2019 Learning through language). Dat lijkt me een goede reden om de leeftijd van de kleuters in beschouwing te nemen.

    Like

  2. Voor eenieder die zich in deze materie interesseert is het nieuwe boek van Betsy van de Grift ‘De kleutervriendelijke school’ een aanrader, zo niet een must. (Uitgeverij OMJS Helmond 2020). Zij gaat op veel van de geschetste vragen en thema’s in.

    Geliked door 1 persoon

  3. Voor de Nederlandse Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs (WSK) heb ik Niek Frans’ proefschrift besproken: ‘Cito-kleutertests? Een E! 😉’ (https://www.wsk-kleuteronderwijs.nl/wp-content/uploads/2020/04/2020-04-07-bespreking-proefschrift-Niek-Frans.pdf). (Ik weet niet hoe het in Vlaanderen is, maar in Nederlands is een E de laagste score die men in een Cito-test kan krijgen; ze staat voor ‘-50% – -40% onder het gemiddelde.)
    Ik begrijp dat op de psychometrische meetcultuur helaas ook in Vlaanderen lijkt op te komen. Ik hoop dat die opkomst snel gestopt en gekeerd kan worden naar een ontwikkelingspsychologisch gefundeerde meetcultuur.

    Lief, lief, goed Vlaanderen: geef Nederland het goede voorbeeld!!

    Geliked door 1 persoon

  4. Wat een zonde, dat wanneer men weet dat het niveau daalt er ingezet wordt op meten.
    Je weet immers het probleem en de oorzaak al! Daar begint het artikel mee.
    Dus zet in op oplossingen: een extra leerkracht die taligheid stimuleert dmv. spelbegeleiding.
    Je gaat geld uitgeven en tijd rekken aan zaken waar de kinderen niks aan hebben; het worden baantjes voor het maken van toetsen, om conclusies te trekken en dan pas wat te doen aan dit probleem.
    Je wist het al toch?
    Actie op de werkvloer lijkt mij.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.