Het nieuwste van het nieuwste is ook niet alles

Kleuteronderwijzers weten dat er altijd wel weer iets nieuws is om hun kleuterklaspraktijk te vernieuwen. Misschien maak je zelf wel eens de verzuchting dat je niet kan volgen. Weet dat je niet alleen bent. Vandaag moet je aan de Executieve Functies van je kleuters werken, morgen je boekenhoek in een nieuw methodisch jasje steken en overmorgen is er ongetwijfeld een hippe kleuter-app die belooft het wiskundig inzicht van je kleuters significant op te trekken. Waar eindigt het? Hieronder enkele richtlijnen om vernieuwingen te wikken en te wegen en om wijs aan de slag te gaan met datgene waar je voor kiest.

Welke onderwijsvernieuwing is zinvol?

Stel je als kleuteronderwijzer telkens opnieuw kritische vragen bij wat de vernieuwer beweert.

  • Is hij er heel duidelijk of vaag over?
    • Wat zou de meerwaarde juist zijn? Hoe groot is die en voor welke kleuters?
  • Is hij een autoriteit in zijn vakdomein?
    • Iemand die veel weet over kindertaalontwikkeling, is daarom nog geen expert wiskundig denken en omgekeerd.
  • Is de bewering geloofwaardig?
    • Verhaaltjes over vernieuwingen die miraculeuze leerwinsten beloven voor alle kinderen op tal van ontwikkelingsdomeinen en op korte termijn zijn te mooi om waar te zijn.

Relatief simpele vragen als die volstaan om vernieuwingen die weinig zinvol zijn te detecteren, lees je in Wat kinderen echt kunnen leren. Over feiten en fictie in onderwijs. We zouden ze beter collectief spontaan stellen, want dan hadden Braingym en Bodymap nooit voet aan de grond gehad in Vlaanderen. De veronderstelde effecten op het leren waren gewoon te mooi om waar te zijn en konden niet wetenschappelijk onderbouwd worden. Verloren tijd dus van je kleuters en van jou, ten minste indien je hoopte om meer dan alleen de motorische ontwikkeling te stimuleren met Bodymap.

Dat Kleutergewijs populair is, houdt hier verband mee. Onze lezers, jij en je collega’s, zeggen ons dat ze op het internet alles kunnen vinden, dat het moeilijk is het kaf van het koren te scheiden, maar dat wij een huis van vertrouwen te zijn. Als wij jullie zouden kunnen helpen kiezen, dan zouden wij bijzonder fier zijn.

Maar we zijn er nog niet. Je hoeft niet alle onderwijsvernieuwingen die ergens op slaan te gaan toepassen, volgens Willingham en De Bruyckere. Gelukkig maar. Je zou voor minder niet kunnen volgen. Kies die vernieuwingen waar jouw kleuters het meest nood aan hebben. Het kan er zelfs één zijn die maar relevant en prioritair is voor bepaalde kleuters. Je kan immers niet alles wat loont en voorradig is goed integreren in je kleuterklaspraktijk. Maak dus van de nood een deugd en kies.

Vier stappen doordenken

Laat me zelf nog enkele stappen doordenken in het beslissingsproces.

1 Doordacht kiezen doe je samen in team. Je eigen voorkeur en talenten kunnen een keuzefactor zijn. In een goed team kan iedereen op zijn sterktes inzetten en springen collega’s elkaar bij. Je kan samen een vernieuwing introduceren en tegelijk ook nog persoonlijke extra’s doen.

2 Als je voor iets kiest, laat dan niet al het andere varen. De aanleiding voor dit blogbericht schrijf is dat we signalen opvangen waaruit we opmaken dat kleuteronderwijzers wel eens durven overdrijven, zelfs met goede praktijken. Wero en muzische overboord kieperen omdat je nu alles op Executieve Functies, STEM, fonemisch bewustzijn of wat dan ook wil zetten is gewoon fout. Daar is het werk van mijn collega’s of die van andere kleuteropleiders van andere hogescholen nooit voor bedoeld geweest. Niemand van hen vraagt dat expliciet, zelfs niet impliciet. Kleuters hebben recht op een onderwijs dat kansen biedt tot een brede en diepe ontwikkeling.

3 Goede programma’s zouden waar mogelijk ook bruggetjes naar andere leerdomeinen duidelijk moeten maken. Zet je EF-bril op geeft je interactievaardigheden waarmee je niet alleen EF-doelen bereikt en STEM op Taal combineert expliciet twee leerdomeinen. Maar het kan in meer projecten veel beter. Dat kan best als mensen met verschillende profielen samenwerken aan de projecten. Aan de andere zijde, die van de gebruikers of kleuteronderwijzers op school, kan ook een stuk van het denkwerk gebeuren. Waar kunnen jullie twee vliegen in een klap slaan? Kan de klasorganisatie die de coach bij dat ene project ons voor dat spel suggereerde, je ook vooruit helpen als je met die twee kleuters andere gezelschapsspellen speelt die andere ontwikkelingsdoelen dichterbij brengen?

4 Goede vernieuwingsprogramma’s zouden je ook moeten leren zelf de effecten van je vernieuwing te meten en stapsgewijs leren beter evalueren. Die competentie kan je ruimer inzetten, zodat je niet altijd nieuwe input moet krijgen om dingen beter te doen. Je basisaanbod zelfkritisch evalueren vanuit de vraag wat je er ook alweer mee wil bereiken en het bijsturen, zou misschien wel de belangrijkste les moeten zijn die je uit elke extra vernieuwing kan halen. Zeker projecten waar (zelf)evaluatietools bij horen zijn daar goed voor. Het doet je nadenken en erover praten met je collega’s. En ook daar leer je ontzettend veel van.

Willingham, D & De Bruyckere, P. (2016) Wat kinderen echt kunnen leren over feiten en fictie in onderwijs? Lannoo Campus.

Een gedachte over “Het nieuwste van het nieuwste is ook niet alles

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.