Zwaai jij dagelijks naar de maan?

“Welke dag is het vandaag?”, vraagt de meester terwijl hij  naar de grote kalender op de wand wijst. Als niemand antwoordt, vraagt hij  “Welke dag was het gisteren?”. De kinderen tonen amper enthousiasme voor de vraag, maar eindelijk zegt Lore “Gisteren was het vrijdag!”. Meester Jef  zegt: “Neen, het was gisteren niet vrijdag. Weet iemand anders welke dag het gisteren was?”. Noor suggereert: “Woensdag?”, waarop de meester antwoordt, “Juist! En als het gisteren woensdag was, welke dag is het dan vandaag?”. Enkele pogingen later, wordt het juiste antwoord eindelijk gezegd.

Het is een gekend fenomeen in vele kleuterklassen: elke dag opnieuw wordt het liedje van de dagen van de week herhaald,  visueel ondersteund door een aantal vaste prenten: maan, dino, hond, donder enzovoort. Door dit liedje te zingen proberen we kleuters inzicht te laten krijgen in de tijdmaat ‘week’: in een week zijn zeven vaste, opeenvolgende dagen.

Ook al wordt het liedje voldoende herhaald, toch blijven vele kleuters het antwoord op de vraag “Welke dag zijn we vandaag?” schuldig.  De kleuters lijken vaak te gokken om het juiste antwoord te geven.  Inzicht krijgen in tijd is dan ook niet evident en zal pas ontwikkeld zijn vanaf 9 jaar (Beneke, Ostrosky & Katz, 2008; Janssens, 2001).

 

Vandaag zijn we de gele dag

Het liedje ‘maandag zwaai ik naar de maan’  draagt door klankassociaties die je hoort (maandag- maan, dinsdag – dino, woensdag – woef enzovoort) bij aan het herkennen van de dagen van de week, maar is verder weinig betekenisvol om inzicht te krijgen in de tijdmaat week.
Een andere, veelgebruikte methode is om de dagen visueel te associëren met een kleur:  maandag is de gele dag, dinsdag is de groene dag. Deze keuze is evenmin zinvol, want waarom is nu net maandag de gele dag?
Een alternatief waarbij de weekkalender wel betekenis krijgt, is het koppelen van de dagen aan vaste, betekenisvolle momenten in de week. Maandag eten we fruit, dinsdag turnen we, woensdag is het poppenkast, donderdag is fietsdag en vrijdag koken we. Elke dag kan een 3D-voorwerp de dag symboliseren, bijvoorbeeld  een stukje fruit, een miniatuurfietsje of een klopper (Jacobs, 2013).

  

Tijdsbegrip heeft tijd nodig

Kinderen kunnen praten over dingen in het verleden of in de toekomst, maar kunnen deze elementen nog niet begrijpen of erover praten in termen van tijdseenheden (dagen, weken). Daarnaast hebben kinderen moeite met de begrippen ‘gisteren’, ‘vandaag’ en ‘morgen’. Uitspraken als “Morgen ben ik naar de dierentuin geweest” zijn nog heel normaal bij jonge kinderen.
Bovendien moeten kinderen niet enkel notie hebben van de concepten voor en na, maar ook van de relatieve tijdsduur van gebeurtenissen in het heden of het verleden. Antwoorden op de vragen: “Hoe ver weg is 15 oktober als het vandaag 5 oktober is?”, “Hoe lang is het weekend?” kunnen kleuters vaak niet geven (Beneke, Ostrosky & Katz, 2008).

Als we dit weten over de ontwikkeling van kinderen, kunnen we het gebruik van weekkalenders onder de leeftijd van 6 jaar in vraag stellen. Een 4-jarige die verteld wordt dat er over 5 dagen een schoolreis gepland staat,  zal deze mededeling niet anders ervaren als dat hem gezegd wordt dat het over 8 dagen is.  Het is zelfs moeilijk voor kleuters om de tijdsduur te vatten binnen één dag (over 2u of over 4u). Onderzoek van Friedman (2000) toont aan dat kinderen de tijdsduur van een gebeurtenis in het verleden of toekomst pas begrijpen vanaf 7-10 jaar.

 

Werken met tijd is meer dan werken met kalenders

Naast tijd zijn er nog andere concepten die kleuters verwerven tijdens het kalendermoment: gecijferdheid, woordenschat (’s ochtends, ’s middags, dag, weekend) en patronen (maandag, dinsdag, woensdag, …).  Een weekkalender kan dus zeker ingezet worden, maar de vraag rijst of dit nog een dagelijks, vast onderdeel moet zijn van het onthaalmoment. Werken rond tijd is bovendien meer dan het behandelen van de kalenders.

  • Wie heeft het groeiproces ‘van zaadje tot plantje’ al eens in kaart gebracht met kleuters? (zicht krijgen op tijdsduur en tijdsvolgorde)
  • Wie ontwerpt samen een klankverhaal waarbij gefocust wordt op de juiste volgorde van bewegingen of klanken? (tijdsvolgorde verkennen en representeren)
  • Wie gebruikt een recept tijdens een kookmoment (tijdsvolgorde verkennen)
  • Wie maakte al eens een aftelkalender die aftelt naar de musicalvoorstelling op school? (vooruitblikken)

Werken rond tijd is zoveel zinvoller als het geen verplicht ‘vraag-antwoord’ nummertje is dat dagelijks routineus herhaald wordt (Ethridge & King, 2005).

 

Wat vinden jullie ?

  • Welke kalenders laat jij in je eigen kleuterklas aan bod komen en op welke manier?
  • Vanaf welke leeftijd introduceren jullie de dagen van de week?
  • Welke methode gebruiken jullie om kleuters inzicht te geven in de tijdmaat week?
  • Welke activiteiten doen jullie die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het tijdsbegrip?

 

 

 

Referenties:

  • Beneke, S. J., Ostrosky, M. M., & Katz, L. G. (2008). Calendar time for Young Children. Good Intentions Gone Away. Young Children, 13.
  • Ethridge, E. A., & King, J. R. (2005). Calendar math in preschool and primary classrooms: Questioning the curriculum. Early Childhood Education Journal32(5), 291-296.
  • Freidman, W.J. 2000. The development of children’s knowledge of the times of future events. Child Development 71 (4): 913–32
  • Jacobs, B. (2013). Zicht op dagelijkse tijd (Pedagogisch cahier). Brussel: Politeia.
  • Janssens, I. (2001). Wiskundige initiatie voor kleuters: tijd. Deurne: Wolters Plantyn.

10 gedachtes over “Zwaai jij dagelijks naar de maan?

  1. Ik heb me altijd al afgevraagd wat het beste is om inzicht te krijgen in de structuur van de week? Mijn beperkte ervaring met mijn eigen kinderen is dat het systeem met kleuren wel heel snel ingesleten is, maar dat ze niet meer de link maken van “de rode dag” naar donderdag.
    Zien op een kalender hoe de daagjes voortschrijden richting een belangrijk evenement, geeft toch wel veel houvast, of niet?

    Like

  2. De weekkalender is een herhalend patroon. Dit herhalend aspect is het best met kleuren weer te geven. Hoe ouder de kleuters worden hoe meer je het accent kan leggen op het cyclische van dit patroon. In het begin zal dit meer een lineair patroon zijn. Het is inderdaad niet zo omdat kleuren aan de dagen worden gegeven dat je daarom ook de dagen volgens een kleur hoort te benoemen. Dit vind ik persoonlijk een verarming van het taalaanbod.
    Tijdsperceptie is een belangrijk aspect om aan te werken in een kleuterklas. Het is niet omdat kleuters ‘het nog niet vatten’ dat wij als kleuterleidster er nog geen aandacht aan hoeven te schenken. Via een kalender kan je heel wat inzichten meegeven aan kleuters die veel verder reiken dan het benoemen van de dag, de week, het jaar, … ‘an sich’. Werken met kalenders mag niet verschralen tot het inoefenen van tijdsbegrippen alleen, een goede kleuterdidactiek is hierbij essentieel.
    En ja, ik groet iedere dag de zon en ik zwaai elke avond naar de maan, … ik ben een kleuterleidster.

    Like

  3. Ik gebruik een maandkalender waarop aangegeven wordt wie er jarig is, welke bijzondere dingen eraan komen (uitstapje O.i.d.) en op welke dagen we niet naar school gaan (weekend, vakantie, studiedag).
    De dagen van de week rij doen we Dagenlijks en ik heb daar een bewegingsspelletje van gemaakt dat ze leuk vinden om te doen en helpt dw dagenrij op te slaan. Het is prima als je een dag noemt die niet klopt. Het is al heel wat dat je geen ‘ olifant’ zegt als ik vraag welke dag het is. Oudere kleuters weten vaak prima welke dag het is en ik vraag zeer regelmatig wat er voor het kind op de betreffende dag een ezelsbruggetje is om het te onthouden. Bv woensdag ga ik altijd naar zwemles. Een ander gaat altijd naar oma en opa op woensdag, enz.
    Er staan vaak kinderen bij de kalender te kijken hoeveel nachtjes slapen iets nog duurt of wie er jarig zijn deze maand. Ik laat altijd de oude kalenders hangen ( plak de nieuwe eroverheen) en kinderen bij wie het tijdsbesef in de belangstelling staat zie je vaak terug bladeren en opnoemen wat we allemaal al gedaan hebben in de afgelopen maanden.
    Ik doe dus wel vrijwel dagelijks de kalender en ieder kind neemt in zich op waar het aan toe is.

    Like

  4. Ik merk bij mijn eigen kleuters thuis dat ze vragen naar een kalenders om te kunnen aftellen naar bv. sinterklaas, kerst, verhuis, hun verjaardag,… Het geeft hen houvast. Ik begin er ten vroegste 2 weken op voorhand mee omdat anders onoverzichtelijk wordt en ik gebruik gewoon maandag, dinsdag, woensdag,… zonder linken naar kleuren of voorwerpen. Wat ik dan wel doe is de schooldagen anders inkleuren dan het weekend. Dan hebben ze impliciet ook zicht op de week. Door dan nu en dan te benoemen: oei, je bent het kruisje “gisteren” vergeten, of je broer mag “morgen” het kruisje zetten, of “overmorgen” is het weekend,… krijgen ze steeds meer tijdsbesef.

    Like

  5. Ik ben geen kleuterjuf, maar een juf van het eerste leerjaar.
    Ook in onze klas zien we nog vaak dat de kinderen het moeilijk hebben met het benoemen van de dag.
    Vaak worden de kleuren en de symbolen (maan, dino, …) overgenomen door uitgeverijen – in leerwijzers (schoolagenda’s). ’t Is dan aan ons om er creatiever mee om te springen en niet slaafs het aanbod van de uitgeverijen te volgen, niet ?…
    Interessante info die onze leerkrachten van de onderbouw te lezen kregen.
    Ik denk dat met overleg en de juiste visie dit allemaal wel in orde komt.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.