We gingen naar Senegal en namen mee… 5 kant-en-klare tips.

Tip 1: durf risico’s nemen en toelaten.

Aan het eind van het dorp Warang te Senegal ligt het uitgestrekte schoolplein van basisschool Les Cajoutiers rondom twee rijzige bomen, badend in de zon. Groepjes kinderen staan hier en daar verspreid. Een grote groep jongens voetbalt, terwijl verschillende groepjes jonge meisjes een soort dans- en klapspel spelen waarvan ik de regels niet helemaal begrijp. Enkele kleuters komen nieuwsgierig naar ons kijken en vragen om een veter te strikken of een koekje te openen, maar de meeste kinderen zijn hier al gewend aan (wit) bezoek. De kleuters spelen voornamelijk op en rond de drie grote glijbanen. Ze halen er halsbrekende toeren uit. Ik kom tussen en vraag om niet achterstevoren op de glijbaan te klimmen. Al gauw merk ik dat de kinderen dit niet gewoon zijn. De leerkrachten houden toezicht maar komen voor dergelijke situaties niet tussen. Voor mezelf voelt het eenvoudiger gezegd dan gedaan: durf risico’s toelaten. Zoals Filip van Keer (2016) het eerder op deze blog stelde: “Door kinderen net kansen te geven om het veiligheidsrisico in te schatten, leren ze vaardigheden die later in tal van situaties nodig zijn.”

Tip 2: doorbreek die klasdeuren

De bel gaat en kinderen rennen over de speelplaats. Terwijl de kinderen van de lagere school in rijen gaan staan voor hun klasdeur, gaan de kleuters op bankjes zitten voor hun klas. Opvallend: ook de kinderen met down-syndroom en dove kleuters sluiten aan bij het gezamenlijke ochtendritueel. De juffen nemen hun djembe’s en stoeltjes om vooraan te zitten. De juf zet de eerste tonen in en de kleuters zingen en dansen dat het een lieve lust is. Ook de dove kleuters voelen de trilling van de djembe en dansen gewoon lekker mee. Peuters die eerst verlegen aan de rok van de juf hingen, tonen nu hun meest ernstige snoet en dansen erop los.

Elke ochtend neemt een andere klasleerkracht de leiding in dit ritueel. Hierdoor krijgt elke dag ook vanzelf een lichtjes andere richting, afhankelijk van de stijl van de leerkracht. Zo wordt de eerste dag voornamelijk in groepjes gedanst, de tweede dag leert een andere leerkracht een liedje aan (‘mon coque est mort’) en op woensdag staat het zingen van reeds gekende liedjes, onderbroken door dansmomenten, centraal.

We zien een écht inclusief en krachtig onthaal, waarbij alle kleuters worden verwelkomd en de kans krijgen om te ontwaken. De dag begint zo gezellig, feestelijk en in verbondenheid. De kinderen zien ook hoe de leerkrachten hier plezier aan beleven, wat ook bij lijkt te dragen tot een groter welbevinden van alle betrokkenen.

Tip 3: stimuleer zelfstandigheid en zorgzaamheid aan de hand van betekenisvolle, zinvolle activiteiten

Kinderen van alle leeftijden zetten zich in cirkels op de grond. Per groepje staat één kind recht en loopt naar een plekje aan de overkant van de speelplaats. Per klas deelt een ander kind ondertussen lepels uit aan de overige kinderen. Wie nog een glaasje water wil drinken, loopt naar de waterbak. Plots komen ze terug van over de zandrijke speelplaats, met een grote kom thiéboudienne (rijst met gerookte vis) op hun hoofd. Per cirkel draagt 1 kleuter de kom op zijn/haar hoofd. Sommige kleuters waggelen nog een beetje, anderen komen zelfverzekerd aangelopen. Het middagmaal van een hele klas hangt af van een handvol kleuters met of zonder beperking. Als ze het laten vallen, is er geen manier meer om de rijst of vis te redden uit de zandlaag van de speelplaats. Terwijl wij met een bang hart de kleuters opwachten, zijn de kleuterleidsters onderling al rustig de voorbije voormiddag aan ’t bespreken. Verantwoordelijkheid geven aan jonge kinderen is hier geen loos begrip.

Na het middagmaal wast elk kind zijn eigen lepel af. Eerst in de bak met sop, dan afspoelen in de propere wasbak. Juf Awa verzamelt de lepels en zet ze klaar om morgen opnieuw ditzelfde ritueel op te voeren.

Vrijdag is ook kuisdag in de klas met kinderen met down -syndroom. Twee kinderen legen de vuilbak en wassen die ook uit. De andere kinderen verplaatsen de banken, vegen en kuisen de tafels grondig af. Deze jonge kinderen gaan zorgzaam om met materiaal.

 

Tip 4: zoek oplossingen out of the box

Toen de vader van twee dove kinderen naar de toenmalige directie van deze reguliere basisschool stapte met de vraag om zijn dochters naar deze school te sturen stond het team daar niet voor te springen. Deze kinderen spraken tot dat moment immers geen enkele taal – ook geen gebarentaal, want niemand had het hun geleerd. Ze zouden niet kunnen volgen in het curriculum, want ze stapten later in, en ze hadden geen voorziening om hun te plaatsen.

Aangezien dit de enige school in de ruime buurt is waar deze kinderen ook maar school zouden kunnen lopen, ging de directie op zoek naar een oplossing.

Wat begon met twee zussen is nu uitgegroeid tot een bijschool én internaat met circa 100 leerlingen.

Eenzelfde verhaal speelde zich af voor de leerlingen met down-syndroom.

Tijdens het onthaal, de speeltijd, schoolfeesten en het hijsen van vlag maakt élk kind deel uit van de school. Op die dagelijkse, inclusieve momenten komen alle kinderen met elkaar in contact in een ongedwongen sfeer. Omdat de instructietaal van de dove kinderen zó anders is en omdat deze doelgroep in deze context zo’n eigen noden vertoont zijn de lesmomenten wel in afzonderlijke klassen. Deze school is dus niet zozeer klassiek inclusief of exclusief, maar kwam door oplossingsgericht na te denken over het vergroten van de draagkracht tot een interessante combinatie.  Out of the box, als het ware.

Tip 5: meertaligheid is een troef, erken de thuistaal

We maken de plechtige opening van de week mee, op maandagochtend wordt de Senegalese vlag gehesen. Ongeveer 700 kinderen zingen het volkslied mee, waarvan circa 100 kinderen in gebarentaal.

Het is de eerste schooldag voor Fatou. Ze huilt en kijkt om zich heen, onder de indruk van al die impulsen. Juf Aïda neemt het kind op de schoot en stelt het in Wolof (de thuistaal) gerust.

Even later zingen de kinderen van de eerste kleuterklas een Senegalees lied in Wolof. Na enkele herhalingen eindigt de juf met de Franse versie (onderwijstaal) van het lied. Instructies in het Frans worden bij de jonge kinderen, zo nodig, ondersteund in Wolof. Hoe ouder de kinderen worden, hoe minder Wolof de voertaal wordt in het kleuteronderwijs. In het lager onderwijs spreken de leerkrachten énkel nog Frans. Daar viel dan ook de erg taalbewuste aanpak van onder meer de wiskundeles op. Doordat Frans voor quasi alle kinderen de tweede taal is, werd hier erg veel aandacht besteedt aan woordenschat en grammatica doorheen alle lessen.

Taal ondersteunt alle activiteiten: “montez les bras, soufflez, croisez les bras,  “ en “un ensemble de  …” , kansen op herhaling, in groep of individueel, productie en feedback. Kinderen met syndroom van Down oefenen in het voeren van een conversatie: Waar woon je ? Hoe heet je papa? In welke klas zit je?

Tijdens het onthaalmoment in de kleuterklas en later ook in de klas merkten we dat niet alleen Wolof en Frans maar ook Gebarentaal en Nederlands behoren tot het vaste repertoire. Doordat de school in het verleden al wat Vlaamse stagiaires ontving, kunnen de kleuters met down-syndroom bijvoorbeeld al ‘Ik zag twee beren’ meezingen, ondersteund met gebaren. De kleuters komen met andere woorden al snel in contact met verschillende talen wat hun taalbewustzijn en goesting om taal te leren en om te communiceren ook kan vergroten.

Een terugblik…

In het kader van prospectie naar toekomstige samenwerking bezochten Reinhilde en Eva twee weken geleden de inclusieve basisschool Les Cajoutiers te Warang, Senegal. Daar hebben ze niet alleen intensief geobserveerd, maar ook gesproken met leerlingen, leerkrachten en directie.

Zoals elke school ter wereld is deze school niet perfect en zijn ze zelf op zoek naar professionaliseringsinitiatieven. Maar zoals veel scholen kunnen we in de eerste plaats leren van hun sterktes, die zijzelf al niet meer als uitzonderlijk zagen.

We eindigen met de meeste wijze les die we leerden, zoals Sofie van Les Cajoutiers het stelde ‘Je moet je aanpassen, maar niet te veel, anders is er geen uitwisseling meer mogelijk’.

 

Reinhilde Lenaerts en Eva Dierickx

Een gedachte over “We gingen naar Senegal en namen mee… 5 kant-en-klare tips.

  1. Ook wij hebben dit al mogen meemaken ,het klopt 100% ,zelf heb ik brei en haak les gegeven aan de dove kinderen , de vrolijkheid en leerzucht van deze kinderen was stimulerend . Onze bewondering en dankbaarheid gaat uit naar vele mensen die zich voor deze school inzetten in het bijzonder naar Sofie . Wij zijn dan ook heel blij om binnen enkele weken weer naar daar te reizen voor een tijdje . Met dank aan de mooie beschrijving hier van Les Cajoutiers. Lisette

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.