Pedagogisch onverantwoord opvoedingsadvies

Papa’s en mama’s vragen je ongetwijfeld wel eens om opvoedingsadvies. Febe wil ’s morgens bij ons in bed kruipen. Patrick vindt dat ik haar te veel verwen, maar ik vind het gezellig. Lastig, zelfs voor een leraar. Of is het net moeilijk omdat je leraar bent? Als pedagoog overkomt het me ook. Het CLB zegt dat we te dicht op Stijn zijn vel zitten, dat we hem meer autonomie moeten geven. Jij geeft daar toch les over? Even heikel, zeker als men erop rekent dat je als expert en als ervaringsdeskundige spreekt.

Een reflectie dus over hoe je als onderwijsprofessional omgaat met vragen om opvoedingsadvies. Preciezer nog, een blogbericht over de valkuilen ervan.

Probleem 1: Elk advies verandert relaties

Een vraag van een ouder komt zelden uit de lucht vallen. Vragen rijpen terwijl ouders worstelen met vermoedens van opvoedingsproblemen. Achter hun vraag kan een conflict schuilgaan, waarrond zelfs tantes en grootouders posities innemen. Alles kan gevoelig liggen, van ’s morgens vroeg bij in bed mogen kruipen, tot ’s avonds laat nog een traktatie op een snoepje of een verhaaltje.

Probleem 2: Ouders verwachten een eenduidig antwoord, dat er vaak niet is

Niet slaan is een goede vuistregel in de opvoeding, maar pasklare antwoorden formuleren voor wat je wel moet doen is moeilijker. Er bestaan geen opvoedkundige algoritmes of ze zouden verdomd complex moeten zijn. Wat je best doet in een bepaalde situatie hangt af van de context, van wie het kind is, van jullie relatie, van wat kinderen en ouders belangrijk vinden en van eerder gemaakte afspraken. Wie ben ik om te zeggen dat Patrick of Patsy gelijk heeft? Misschien weegt Patrick 120 kilo, slaapt hij onrustig en werkt hij in ploegendienst? Misschien wil Patsy Febe een half uurtje koest houden zodat kleine broer wat langer slaapt.

 

Probleem 3: Wie slechts één leidend principe meegeeft, geeft slechte raad

Niet alleen vuistregels schieten tekort, ook enkelvoudige principes doen dat. Zoals beware of dogmapolitieke systemen die slechts een waarde propageren weinig heil opleveren, zo falen opvoedkundige theorieën met een centrale waarde. Of het nu autonomie, veiligheid of welbevinden is dat men als hoogste goed beschouwt, geen enkel principe kan dienen als het spreekwoordelijk Noorden in ons opvoedingskompas. Als veiligheid zaligmakend zou zijn, komen we niet meer buiten. Als autonomie geven dat zou zijn, laten we elk kind zelf bepalen wanneer het gaat slapen, wordt het bijzonder prikkelbaar thuis en op school. En welbevinden? Laat dat een voorwaarde of een gevolg zijn, maar nooit je enige leidraad bij hier-en-nu beslissingen.

 

Probleem 4: Elk kind is anders

Mo en Khadija kunnen hun zoon fantastisch opvoeden, maar hun model doorgeven aan Patrick en Patsy kan faliekant aflopen omdat de kinderen anders zijn. Momo junior heeft goed ontwikkelde executieve functies terwijl Febe worstelt met impulscontrole. Febe kan nood hebben aan veel beweging of dolgraag dansen, Momo doet niets liever dan in prentenboeken kijken en kastelen bouwen. Zelfs wie in de twee gevallen trouw wil blijven aan dezelfde opvoedingsprincipes –meervoud- zal het in de praktijk verschillend moeten aanpakken om zijn doel te benaderen.

 

Probleem 5: Tijden veranderen, opvoedingsadvies zou dat ook moeten doen

Als je grootouders hoort over hun eigen opvoeding lijkt het soms of hun kindertijd zich op een andere planeet afspeelde. Ik ken er die kikkers vonden om op te blazen en in quasi autovrije straten woonden. Leraren waren kleine notabelen wier woord wet was. Ouders dachten nooit na over schermtijd omdat TV natuurlijk begrensd was tot enkele uurtjes op woensdagmiddag. Veel opvoedingsadvies uit die tijd klinkt vandaag belachelijk. Het boek Geef dat kind een slok jenever maakt dat duidelijk. Niemand haalt het vandaag nog in zijn hoofd om kinderen die vaak weglopen vast te binden aan een boom. De wereld en de speelomgeving van veel kinderen is zo ingrijpend veranderd dat veel ouders al eerst een boom zouden moeten gaan zoeken en als ze die toch voorhanden zouden hebben, is er geen haar op hun hoofd dat aan die oplossing zou denken. Sommige gangbare praktijken van 70 jaar geleden lezen vandaag immers als kindermishandeling. Je hoeft zover niet in de tijd terug te gaan om gek opvoedingsadvies te vinden. Wie weet heeft een oom jou op twaalfjarige leeftijd een sigaret aangeboden en je uitgelachen wanneer je begon te hoesten. Hij deed het misschien zelfs met de beste bedoelingen. Hij wou je al vroeg een echte man maken of schotelde je iets vies voor om je er zo van te laten walgen dat je er een leven lang van zou afblijven.

 

Conclusie

Ga in een gesprek niet te gauw over op opvoedingsadvies. Probeer eerder een spiegel of klankbord te zijn voor de ouders. Exploreer met hen welk mogelijk probleem er achter hun vraag schuilgaat. Wie voelt het aan? Kan je de kwestie ook anders bekijken of een kleine kanttekening plaatsen bij het impliciete doel dat de ouders voor ogen hebben? Zou een relativering helpen, gegeven het temperament of talent van het kind? Partner zijn in opvoeding is eerder dat dan kant-en-klare oplossingen aanreiken.

 

Referentie

Hermans, Dorien & Rozenbroek, Els (2017) Geef dat kind een slok jenever. Spectrum – Houten.

3 gedachtes over “Pedagogisch onverantwoord opvoedingsadvies

  1. SPIEGELENdeCONSTRUCTIE
    is het begrip wat hier mooi op
    aansluit als betekenisverlener

    spiegelen: confronteren, nabeleving van ouders
    deconstructie: synoniem voor ‘kinderend’ ontrafelen ont-dekken …
    constructie: signa-leren, anaLysEREN, interpreLEREN tot handelen

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.