We stereotyperen dat het een lieve lust is. Dat is een feit.

Met deze krachtige waarschuwing eindigde een workshop over beeldvorming in media die ik in september bij sociaal psycholoog Nina Blussé volgde.

We hebben allemaal vooroordelen

Het brein gaat blijkbaar dikwijls kort door de bocht. Wie bijvoorbeeld een negatieve ervaring opdoet met een hond, zal bij een volgende ontmoeting met een soortgenoot (al dan niet bewust) behoedzamer zijn. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor ervaringen met dieren, maar ook voor gebeurtenissen met dingen en mensen. Onze hersenen zijn zo geprogrammeerd dat ze op basis van vorige ervaringen een nieuwe ervaring evalueren.  Dat gebeurt grotendeels onbewust. Als er mensen in het spel zijn, werkt ons brein op die manier wel vooroordelen in de hand.

Het hoeft niet eens om ervaringen te gaan, aldus Blussé.  Negatieve berichten over mensen of bevolkingsgroepen in de media zouden met name onze vooroordelen versterken.  En wat vaak over het hoofd wordt gezien: we spiegelen ons ook aan de houding en gedragingen van invloedrijke mensen in onze omgeving.  Bij jonge kinderen gaat dat dus over de opvoeders thuis, in de opvang en op school.

Kleuters zijn geen onbeschreven blad

‘Children learn racial bias, the way they learn a language’, menen onderzoekers Anderson en Dougé.  Als baby’s van zes maanden oud merken dat hun opvoeders anders reageren ten opzichte van mensen die er niet zoals zijzelf uitzien (en dat kan gaan van een lichte aarzeling tot ronduit afwijzing), dan nemen zij tegen de tijd dat ze twee jaar zijn, deze houding en gevoelens (onbewust) over. Tegen de leeftijd van 12 jaar zijn deze vooroordelen, met bijhorende gevoelens en houdingen, stabiel en geïnternaliseerd.

Dit betekent dat onze kleuters geen onbeschreven blad op het vlak van vooroordelen zijn, wanneer ze de kleuterschool binnenkomen. Maar: dit betekent ook dat kleuter- en lagere schoolleerkrachten als belangrijke ‘influencers’  een verschil kunnen maken, zeker tot 12 jaar (daarna ook, maar dan is het nog lastiger).  En dat schept perspectieven. Deze twee zaken zijn bijvoorbeeld van essentieel belang om vooroordelen bij kinderen aan te pakken, volgens Gaias e.a. (2018): gesprekken voeren en een divers boeken- en materialenaanbod.

  1. Gesprekken voeren over wat verbindt

Het volstaat niet om kinderen met verschillende thuissituaties en achtergronden in eenzelfde klas of groep te zetten.  Wie in een superdiverse context lesgeeft, zoals in Brussel of in een andere grootstad, mag er dus niet van uitgaan dat de kinderen, louter door met elkaar om te gaan, wel vanzelf hun eventuele vooroordelen zullen bijsturen.

Cruciaal is om de thuissituatie van elk kind evenwaardig de klas binnen te brengen en vooral: om daarover, en ook over wat kinderen met elkaar verbindt, in gesprek te gaan. Communiceren over wat kinderen verbindt en wat anders is, waarbij het ‘anders’ als evenwaardig en gewoon wordt voorgesteld, is de sleutel tot wederzijds begrip en tolerantie.

Het biedt alle kinderen bovendien de kans om hun eigen meervoudige identiteit (op school ben ik … ; thuis ben ik … ) evenwichtig te ontplooien en het verhoogt hun betrokkenheid op schoolse aangelegenheden, aangezien ze zich ‘gezien’ en ‘gehoord’ voelen.

  1. Werken met materialen en boeken in de klas

Er is nog een tweede, ondertussen wetenschappelijk bewezen hefboom die iedere leerkracht in elke klas kan inzetten.  Werken met materialen en boeken, die een divers wereldbeeld zonder stereotypen laten zien, blijkt bijzonder bevorderlijk om vooroordelen te ontmantelen en onze toekomstige volwassenen op tolerante wijze te leren samenwerken en samenleven.

Enkel een blanke meisjespop in de poppenhoek is bijvoorbeeld niet meer van deze tijd. Ook hier geldt de boodschap dat het niet volstaat om deze materialen en boeken enkel in de klas te hebben en ermee te werken. Het is nodig om op regelmatige momenten in te gaan op wat de mensen die via deze materialen en boeken worden voorgesteld, met de kinderen van de klas verbindt.

Wanneer een kind op school jaar na jaar opnieuw een zeer divers en actueel wereldbeeld (met bijhorende gesprekken) wordt voorgeschoteld, krijgt het brein als het ware een ‘tegengif’ toegediend tegen gevormde stereotypen en vooroordelen.

Hoera, er komen alsmaar meer geschikte prentenboeken!

baloena

Een voorbeeld van een spannend en poëtisch prentenboek dat veel gesprekken uitlokt, is het recent verschenen Baloena (Brigitte Puissant & Katrien Valckenaers; illustraties Wietse Palmans).

Baloena is geen gewoon boek, maar een verhaal met laagjes. Younes, Samir en Hosna bestaan echt. Ze wonen in Gent en zijn drie van vijf kinderen van een erkend vluchtelingengezin uit Afghanistan. Wie het verhaal oppervlakkig leest, maakt kennis met drie kinderen die een bal kwijtspelen en er samen, als echte helden, op zoek naar gaan.

De laagjes daaronder geven echter heel wat informatie over de leef- en belevingswereld van de kinderen. De bal is helemaal uit Afghanistan meegekomen naar België en heeft vooral voor de jongste van de drie, Younes, een bijzondere waarde. Het verhaal is spannend – de kinderen beleven allerlei avonturen tijdens hun zoektocht – maar roept ook (pijnlijke) herinneringen en heimwee op bij de oudere kinderen van het gezin, die hun voormalig thuisland goed hebben gekend.

Het verhaal is, naast een kennismaking met een hecht gezin, de perfecte opstap om de diversiteit in de eigen klas herkenbaar en bespreekbaar te maken (zie verwerkingssuggesties op http://www.uitgeverijaverbode.be/baloena).  De kinderen leren dus niet alleen de voor hen mogelijks onbekende (en in media vaak negatief afgeschilderde) wereld van vluchtelingen kennen, waar ze onbewust of bewust zeker al bepaalde oordelen over hebben. Ze worden ook, door de eigen verhalen die worden uitgelokt en de betekenis die ze krijgen in de klas, in hun zelfwaardegevoel en zelfbeeld versterkt.

Baloena staat niet alleen. Het laatste decennium beweegt er heel wat, wat boeken met (etnische, uiterlijke, talige) diversiteitsinslag betreft. Er zijn bijvoorbeeld de boeken van Studio Sesam, uitgeverij Nik-Nak en Rose Stories; de verhalen van Mylo Freeman, vzw De Verhalenweverij en van Dit Ben Ik In Brussel. Ook ‘gewone’ kinderboekenauteurs vinden het tegenwoordig evident om voldoende diversiteit aan te bieden. Het wordt dus steeds gemakkelijker om een divers boekenaanbod samen te stellen.

 

Wat is jouw ervaring met het werken met materialen en boeken met diversiteitsinslag? Laat het ons weten!

 

Blussé, N. (2018, september). Beeldvorming in boek, films & andere media. Mondelinge presentatie op  Elk verhaal telt. Samen voor een inclusieve boekensector. Brussel: KVS.

Gaias, L.M., Gal, D.E., Abry, T., Taylor, M., & Granger, K.L. (2018). Diversity exposure in preschool: Longitudinal implications for cross-race friendships and racial bias. Journal of Applied DevelopmentalPsychology. Article in Press. https://doi.org/10.1016/j.appdev.2018.02.005

Kemple, K.M., Rang Lee, I., & Harris, M. (2016). Young Children’s Curiosity About Physical Differences Associated with Race: Shared Reading to Encourage Conversation. Early Childhood Education J,44, 97–105. DOI 10.1007/s10643-014-0683-0

Knopf, A. (2017).Talking to children about racial bias. The Brown University Child and Adolescent Behavior Letter. California: Wiley Periodicals, Inc.

Puissant, B., Valckenaers, K. & Palmans, W. (ill.). (2018). Baloena. Averbode: uitgeverij Averbode.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.