Meertaligheid is geen magie en geen miserie

Ik ben soms een bevoorrechte getuige

Een bevoorrechte getuige voel ik me soms als ik op stagebezoek ga. Zo kwam ik ooit binnen tijdens de derde schooldag van Zhong, een Chinese kleuter. Eerst was er gebrul bij het afscheid van zijn moeder. Dan liep Zhong als een hondje zijn klasjuf voortdurend achterna. Ze nam dat fantastisch op: een blik van verstandhouding, uitvoerige gebaren om hem te herinneren dat hij zelf een zakdoekje mocht nemen om een snottebel af te kuisen, én ze toonde hem vol trots het gezichtje van karton dat ze aan het maken was om het over de gevoelens van klaspop Jules te hebben. Ze liet Jules lachen, en Jules wenen. Zhong was geboeid. ‘Jules’, zei hij haar stilletjes na. De motor van de taalontwikkeling was vertrokken.

Als we maar vroeg genoeg beginnen… of is er meer nodig?

Vaak denken we dat een kind zoals Zhong wel zal opgroeien tot een volwassene die sterk is in beide talen, als dat maar vanaf jonge leeftijd gebeurt, liefst nog vanaf de geboorte. Als we maar vroeg genoeg beginnen, dan zou het taalverwervingsproces in beide talen vanzelf wel alle kansen krijgen. Maar klopt dat idee wel?

“Neen”, zegt onderzoekster Erika Hoff in haar onderzoekssamenvatting (Hoff, 2018). Volgens het recente onderzoek wordt de uiteindelijke taalvaardigheid bepaald door:

  1. de kwantiteit van het taalaanbod. Hoe meer een kind in een bepaalde taal ondergedompeld is, hoe meer hij ervan leert. Dit is een ijzeren wet die geldt voor alle kinderen die vanaf jongsaf aan meertalig opgroeien.
  2. de kwaliteit van het taalaanbod. Het is belangrijk dat kinderen kunnen spreken met mensen die zelf in de taal opgegroeid zijn om zo een rijk taalaanbod te krijgen. Maar ook wanneer de ouders erg goed de tweede taal beheersen, heeft dat een positieve invloed op de taalvaardigheid van het kind in die tweede taal.
  3. de eigen spreekdurf. Het maakt ook uit of het kind de taal zelf veel in de mond neemt. De stap naar het zelf spreken is lastig voor sommige kinderen. Zo willen meertalige kinderen soms de taal van hun ouders niet spreken, en dat heeft uiteraard een negatieve invloed op hun eigen taalvaardigheid in de thuistaal.

Geen magie dus, maar dezelfde drijfveren als bij de eentalige taalontwikkeling.

Een meertalig kind mag je niet met een eentalig kind vergelijken

Omdat een meertalig kind natuurlijk nooit evenveel in één taal ondergedompeld kan zijn als een eentalig kind, is het vanzelfsprekend dat hij ook niet met dezelfde snelheid de twee talen kan leren. Gemiddeld genomen zijn meertalige kinderen dus altijd wel een beetje achter op de eentalige kinderen. Dat verschil blijft trouwens ook overeind nadat rekening werd gehouden met SES, de socio-economische status, zegt Erika Hoff. Let op, het gaat om gemiddelden, met heel veel variatie eromheen. Er zijn bijvoorbeeld meertalige kinderen die beter zijn in hun twee talen dan sommige eentalige kinderen. Bovendien is de achterstand vaak niet zo dramatisch groot, en blijft die ‘binnen de normen’.

Daar tegenover staat dat de meertaligheid een schat is die het kind in staat stelt om familiebanden te onderhouden, een uitgebreid sociaal leven te hebben, en mooie jobkansen te krijgen. Als toemaatje ervaart een meertalig persoon ook nog wel cognitieve voordelen die typisch zouden zijn voor meertaligheid, zoals een betere cognitieve flexibiliteit (gemakkelijk van taak kunnen wisselen), of bescherming tegen dementie.

Sommige taaldomeinen zijn gemakkelijker dan andere

De verschillen tussen meertalige kinderen en eentalige kinderen zijn niet voor alle taaldomeinen even groot. Vierjarige meertalige kleuters doen het bijvoorbeeld beter op gebied van klanken en grammatica dan op gebied van woordenschat. Vermoedelijk hebben ze minder input nodig om klanken en grammatica te verwerven, maar is er meer input nodig voor woordenschat. Verder ervaren meertalige kinderen een grotere kloof tussen taalproductie en taalbegrip dan eentalige kinderen. Met andere woorden, ze doen het relatief beter op gebied van taalbegrip dan op gebied van taalproductie. Misschien is dit wel heel herkenbaar voor jou wanneer je ongeduldig wacht op taalproducties over het nieuwe thema.

Conclusies voor de klaspraktijk

Onderzoekster E. Hoff beklemtoont dat het belangrijk is om een goed niveau in de schooltaal te bereiken als voorwaarde voor een goede schoolcarrière, en een goed niveau in de thuistaal als voorwaarde voor goede familiebanden en meer.

Hiertoe verdienen meertalige kinderen volgens mij wat extra ondersteuning:

  • Taalproductiekansen helpen deze kleuters om de kloof tussen taalbegrip en taalproductie niet te groot te laten worden. Dus moedig hen extra aan om uitgebreid te verwoorden en in gesprek te gaan.
  • Woordenschatuitbreiding verdient ook wel wat aandacht bij meertalige kleuters, omdat ze nu eenmaal minder impliciete woordleerkansen hebben in beide talen. Je kan de ouders tips geven om hieraan te werken in de thuistaal, misschien wel vanuit hetzelfde thema als in de klas.
  • Observeren en uitdagen. Door af en toe enkele uitspraken van de kleuters op te tekenen in jouw observaties, zal je vaststellen dat die uitingen snel toenemen in complexiteit. Je kan hen daardoor beter uitdagen in de zone van de naaste ontwikkeling. Bijvoorbeeld, eerst daag je hen uit om in zinnen te spreken (‘De zon schijnt.’), later om in een langere zin hun mening te argumenteren (‘Het gaat vandaag niet regenen, want er zijn geen wolken.’) Of wie weet, leer je hen om een mooie anekdote op te bouwen met een begin, een midden, en een einde.

Volgende keer meer over taalstimulering bij meertalige kleuters. Deze keer vond ik boeiende inzichten in een Duits artikeltje van experte Franziska Egert.

Bron: Hoff, E. (2018). Bilingual development in children of immigrant families. Child development perspectives12(2), 80-86.

Enkele nota’s:

    • Mijn stagebezoek was echt, maar de naam en de foto van de Chinese jongen kloppen natuurlijk niet.
    • In de tekst verwijs ik even naar normen, en daarmee bedoel ik normen voor eentaligen, die eigenlijk niet aangepast zijn aan de typische taalontwikkeling van meertalige kinderen. Om meertalige peuters met een risicovolle taalontwikkeling te kunnen identificeren, ontwikkelden ze in de U.K. onlangs aangepaste taalscreenings, die rekening houden met de kwantiteit van het taalaanbod in de twee talen.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.