Nieuwsgierige kleuters komen sterker aan de start

“Waarom juf?”

Je kan horendol worden van de vele waarom-vragen die kleuters stellen. Of vertellen ze ons iets meer? Een recente studie toont aan dat de ‘curieuzeneuzen’ het beter doen qua taal en wiskunde dan hun minder weetgierige leeftijdsgenootjes. Nieuwsgierige kinderen staan sterker op 5- en 6-jarige leeftijd en dat onafhankelijk van hun sociaal-economische achtergrond.

Kenmerken van een echte curiezeneus

Een echte curieuzeneus beleeft plezier aan het ontdekken van nieuwe dingen, beschikt over een grote exploratiedrang en is gemotiveerd om antwoorden te zoeken op wat voor hem/haar onbekend is. Hij heeft een ‘honger naar exploratie’ en ‘een intrinsieke motivatie om te leren’. Nieuwsgierigheid speelt een belangrijke rol bij het leren, naast intelligentie en inzet (Von Stumm et al., 2011).

Nieuwsgierigheid als buffer tegen kansarmoede

Een recente longitudinale studie (Prachi E. Shah et al., 2018) uit de VS volgde 6200 jonge kinderen van 2001 tot 2006-2007. Helaas bleek – weeral eens – dat kinderen uit kansarme milieus lager scoorden qua taal- en wiskundige vaardigheden op 5- en 6-jarige leeftijd dan kinderen uit een kansrijk milieu. Maar – wat een verrassing – nieuwsgierige kinderen uit een kansarm milieu bleken het toch even goed te doen dan hun kansrijke leeftijdsgenoten. Onderzoekster Prachi Shah: “Hoe nieuwsgieriger kleuters zijn, hoe beter ze het doen voor taal en wiskunde. Dat zie je bij alle kinderen. Toch zien we dat de link tussen nieuwsgierigheid en schools succes veel sterker is bij kinderen uit een kansarm milieu.” Het lijkt wel alsof nieuwsgierigheid een buffer vormt tegen de nadelige gevolgen van kansarmoede. De barst tussen kansarm en kansrijk kan je lijmen, schrijft Johan De Wilde in het blogbericht ‘Kloven dichten voor kansarmen werkt niet’. Zullen we dan maar inzetten op nieuwsgierigheid als lijm?

Nieuwsgierigheid op zich speelt een rol, ook los van de zelfsturingsvaardigheid

Uit de studie bleek ook dat nieuwsgierige kinderen het beter doen, onafhankelijk van hun zelfsturend vermogen. Nieuwsgierigheid lijkt dus een rol te spelen naast het belang van de zelfsturende vaardigheden (executieve functies). Onderzoekster Prachi Shah zegt: “Ook kinderen met een lage zelfsturing kunnen het goed doen, als ze maar nieuwsgierig zijn. Veel klasinterventies richten zich op het verbeteren van de executieve functies, maar onze studie suggereert dat we ook moeten inzetten op het stimuleren van de nieuwsgierigheid.”

Taaldocent en blogger Helena Taelman maakte de bedenking dat nieuwsgierigheid ook een motor zou kunnen zijn voor de taalstimulering : “Misschien leidt die nieuwsgierigheid tot een opwaartse spiraal van sterke taalstimulerende gesprekken tussen kleuters en leerkracht. Gesprekken waarin veel conceptuele informatie wordt verwerkt (in interactie tussen kind en volwassene) zijn erg goed voor de taalontwikkeling, met name de woordenschat volgens Bowne et al. (2017).”

Het hongerige brein

Dat nieuwsgierigheid werkt, blijkt ook uit hersenonderzoek. Wanneer onze nieuwsgierigheid wordt opgewekt is er meer activiteit in de hippocampus, het hersendeel dat betrokken is bij het vormen van herinneringen, en in de gebieden die beloning en plezier reguleren. Wanneer het circuit wordt geactiveerd dat ons voldoening schenkt, komt er dopamine vrij, een stof waardoor we ons goed voelen. Het is die dopamine die een belangrijke rol blijkt te spelen bij het versterken van de verbindingen tussen de hersencellen die betrokken zijn bij leren.

hongerige brein

Bron afbeelding: https://www.npr.org/sections/ed/2014/10/24/357811146/curiosity-it-may-have-killed-the-cat-but-it-helps-us-learn

 

Voor een volgend blogbericht ga ik op zoek naar mogelijkheden om de nieuwsgierigheid van kleuters te observeren en te stimuleren. Stuur gerust jouw tips door.

  • Heb jij oog voor de nieuwsgierigheid van de kleuters in je klas? Welk gedrag stelt een nieuwsgierig kind?
  • Wat doe jij om de nieuwsgierigheid van jouw kleuters te stimuleren?
  • En hoe doe je dat bij kleuters met een andere thuistaal? Welke taal geef je hen?

 

Bronnen:

7 gedachtes over “Nieuwsgierige kleuters komen sterker aan de start

  1. hallo Astrid,

    Bedankt voor dit fijne blogbericht. Het onderzoek van Shah lijkt aan te sluiten bij wat we zelf ook meermaals vastgesteld hebben. We meten geen nieuwsgierigheid, maar wel de mate van betrokkenheid bij kinderen. Betrokkenheid definiëren we als “een toestand waarin individuen zich bevinden wanneer ze op een intense manier met iets bezig zijn. We merken het aan hun hoge concentratie, een opgeslorpt, tijdvergeten bezig zijn.Hun handelingen en houding verraden een intense mentale activiteit.Ze zijn heel aanspreekbaar voor wat de omgeving te bieden heeft en stellen zich open op.Ze voelen zich van binnenuit gemotiveerd om met de activiteit aan de slag te blijven.De enorme voldoening die ze daarbij ervaren vloeit voort uit de bevrediging van hun exploratiedrang: het genieten van greep krijgen op de werkelijkheid. Kinderen bewegen er zich aan de grens van hun mogelijkheden”. Heel wat van die elementen lees ik ook in de definitie van Von Stumm. Het mooie aan het concept betrokkenheid is dat het observeerbaar is en bruikbaar voor zowel zelfevaluatie (en hierbij erg empowerend is) als onderzoek. In meerdere onderzoeken hebben we vastgesteld dat dit een hefboom is een scholen

    Like

  2. De studie hierboven beschrijft de situatie zoals ze nu is, maar is geen interventiestudie. Ik vraag me af hoe je minder nieuwsgierige kleuters verder krijgt in hun ontwikkeling. Is dat door hen nieuwsgieriger te maken, en hoe doe je dat dan het best? Of zijn er alternatieven voor hen? Hoe maken we dat we die kleuters niet over het hoofd zien?

    Like

    • Betrokkenheid is hiertoe een goede indicator. Een kleuter met hoge betrokkenheid toont alvast nieuwsgierigheid in ‘iets’, wat dat iets ook mag zijn…hoge betrokkenheid geeft alvast aan dat het kind in een flow-ervaring zit, geprikkeld, nieuwsgierig, exploratief, vernieuwend… bezig is. De vraag die we als opvoeder kunnen stellen is 1) wat is hetgeen de betrokkenheid uitlokt? en 2) kunnen we die ervaring verder ondersteunen (door die te verdiepen of te verbreden) en 3) kunnen we dat soort ervaringen nog meer aanbieden aan dit kind?

      Mijn hypothese is dat er een wisselwerking is tussen het ervaren van vele momenten van hoge betrokkenheid en de exploratiedrang, maw… laat kinderen veel momenten van hoge betrokkenheid ervaren en ze zullen exploratiever worden (maar anderzijds zal het ook zo zijn at kinderen met een grotere exploratiedrang ook makkelijker verzeild geraken in momenten van hoge betrokkenheid, omdat ze aanspreekbaarder zijn voor hun omgeving)

      Met een indicator als betrokkenheid kan je interventie-studies opzetten, want er bestaan betrokkenheidsverhogende factoren die een positieve impact hebben op zowel indiv knd als groepen kinderen. Het observeren van hoge niveaus van betrokkenheid is empowerend (je krijgt het signaal dat het boeiend is voor kinderen, je hebt hun nieuwsgierigheid), lage niveaus van BTH zijn een direct appel aan de opvoeder om iets te ondernemen

      Dus ook bij minder nieuwsgierige kinderen zou ik de – zelfs al zijn het maar kleine momenten- van hoge betrokkenheid als ingang nemen, hierop inspelen en zien of zo dat soort ervaringen niet verruimt kunnen worden, met als gevolg dat ze meer nieuwsgierig worden.

      Like

      • Dag Bart

        Veel dank voor jouw onderbouwde reacties bij dit blogbericht. Dat wakkert alleszins mijn nieuwsgierigheid – betrokkenheid (en wellicht ook die van de andere bloglezers) aan.

        Groetjes
        Astrid

        Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s