Stop denk doe

Gevangenen en kleuters hebben op het eerste zicht weinig met elkaar gemeen. Toch zijn er belangrijke overeenkomsten tussen volwassen criminelen die zware geweldsdelicten plegen en de kleintjes in onze klassen. Bij allebei is er werk aan hun executieve functies en hoe dat je dat succesvol aanpakt, is niet gek zo verschillend. Aan ons om er lessen uit te trekken.

Agressie als een slechte strategie om problemen op te  lossen

Kleuters duwen, trekken en slaan zich door de dag. Het is in hun ogen vaak de manier om hun doel te bereiken. De strategie ligt ook letterlijk voor de hand, maar ze worden daarvoor berispt als het opgemerkt wordt. Plegers van agressie hebben daar verrassend veel mee gemeen, al zijn de gevolgen van hun daden voor de slachtoffers een stuk zwaarder en mede daardoor kunnen ze op minder begrip rekenen.

De dader wordt ook harder aangepakt omdat de samenleving vindt dat hij zichzelf onder controle zou moeten hebben. Hij wordt met andere woorden verondersteld zijn eigen gedrag te kunnen sturen. Op zijn minst zou hij zichzelf ervan moeten weerhouden totaal onaanvaardbaar sociaal gedrag te stellen.

Op de parallel tussen de werelden van de brute kleuters en de gedetineerden stuitte ik tijdens het beluisteren van mijn favoriete Radio 1-programma Interne keuken. Een tijdje terug ging het over het boek Positief agressief. Hoe woede benutten? Gryson en De Waele (2017) leggen er in uit dat agressie eigenlijk een slechte oplossingsstrategie is. Geweldplegers zijn gepassioneerd, maar weten hun energie niet goed te kanaliseren. Ze zien bij gebrek aan alternatieven geen andere optie dan geweld. Mensen die agressief gedrag stellen, zijn dus wel betrokken. Ze willen iets veranderen en dat is het tegengestelde van gelaten ondergaan. De auteurs stellen dat zich gedwee neerleggen bij de feiten, de slechtste optie is, al lijkt dat op korte termijn niet zo voor de buitenwereld. Die verkiest hier en nu een apathische reactie boven een bloedneus.

Executieve functies: what’s in a name?

In de openingsalinea heb ik de term executieve functies ogenschijnlijk achteloos gebruikt, alsof hij algemeen bekend is. Dat is hij niet, maar hij zou het wel kunnen worden. Executieve functies – afgekort EF – zijn denkprocessen die ons gedrag sturen. We hebben die allemaal nodig, want we kunnen niet voortdurend op automatische piloot functioneren, wat zoveel betekent als handelen zonder erbij na te denken. Als ik tegen mezelf zeg: “Johan, bij het einde van dit hoofdstuk knip je je nachtlampje uit, want morgen moet je er weer vroeg uit”, dan spreek ik mijn EF aan. Ik zeg eigenlijk: “Ken jezelf, als je niet oppast, blijf je weer te lang lezen en ben je morgenochtend niet uitgeslapen. Je krijgt nog zes bladzijden leesplezier.”

Aan het einde van het hoofdstuk gekomen, herinner ik me hopelijk wat ik mezelf opgedragen heb (werkgeheugen), vervolgens weersta ik mijn drang om mijn boek toch meteen uit te lezen (impulscontrole). Als ik nog voor de laatste pagina onverwacht uit mijn bed geroepen zou worden, moet ik meteen mee zijn met wat mijn vrouw of iemand aan de telefoon mij nog wil vertellen. Daarna moet ik, in het ene geval het hoognodige regelen en in het andere terug mijn boek in duiken. Voor even. (cognitieve flexibiliteit).

Hulpmiddelen voor kleuters

Mijn collega Sanne Feryn schreef er een boek over. Niet over mijn EF, maar over die van kleuters, en hoe ze te stimuleren. Ze onderscheidt erin drie bouwstenen: interacties, activiteiten en organisatie. Hoe begeleid je kleuters als je een EF-bril opzet? Via welke specifieke activiteiten kan je er gericht aan werken? En hoe pak je je klasorganisatie best aan? Een van de begeleidingsknepen die ze toelicht, is de “stop-denk-doe-strategie”.

Wanneer ik STOP, controleer ik een impuls om iets anders te doen of iets te blijven doen.

Ik neem jouw koek niet af, hoewel ik daar trek in heb.

Wanneer ik DENK, put ik uit mijn geheugen en doe ik een beroep op mijn cognitieve flexibiliteit.

Wat heb ik andere kinderen al zien doen wanneer ze zin hadden in een koek? Zou ik  de juf of mijn vriendje iets kunnen vragen? Heb ik iets anders leuk om aan te denken?

Finaal DOE ik iets en toon ik het resultaat van al die afwegingen.

Ik zeg tegen mezelf, al die koeken, geef mij maar een stuk fruit,…

of een praline. Ik weet ze staan. J

Sanne en Toon, haar lay-outer, hebben daar kaartjes en een poster voor ontwikkeld die kleuters een visueel geheugensteuntje geven als ze de neiging voelen om een verkeerde impuls te volgen.

Trucjes voor volwassenen

Wij, volwassenen, passen truckjes toe. Bijna 100 000 Vlamingen outen zich als deelnemer aan Tournée Minérale, kwestie van gemakkelijker aan de verleiding van het glas te kunnen weerstaan. Publieke verklaringen afleggen betekent eigenlijk niets anders dan een grote denkbeeldige stopknop voor je neus zetten, een knop waar je jezelf en anderen aan herinnert. Groepen die zich samen inschrijven, maken het zichzelf in die zin makkelijker. De horeca zorgt ondertussen voor alternatieven. Die leert ons alcoholvrije cocktails slurpen, zodat we cognitief flexibeler kunnen omgaan met cafés zonder bier dan er wegblijven.

Stop – denk – doe voor plegers van geweldsdelicten

Te lang blijven lezen in bed of elke vrijdag drie pintjes drinken, het mag dan wel gedrag van volwassenen zijn, het blijft klein bier tegen agressie. Als we dat met EF in verband brengen, denken we spontaan aan impulscontrole, of het gebrek eraan. Maar niet slaan is niet alles. Ook het werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit spelen een rol. Alternatief gedrag kunnen oproepen of bedenken in een nieuwe context is even belangrijk. Het is dus niet enkel een kwestie van stoppen, maar ook van anders denken en iets anders doen.

Doe iets met die energie

Met de energie achter de agressie is niets mis, volgens de auteurs van Positief agressief. We moeten alleen de drive of de passie beter weten te benutten. Anders gezegd, als een potje overkookt, mogen we niet besluiten dat we geen water meer mogen koken. Water verhitten kan nodig zijn. Maar wanneer het kookt moeten we het niet naar iemand gooien. We kunnen er pasta in koken, er thee mee zetten of er een turbine op laten draaien. In veel gevallen is de stroomtoevoer afsluiten een eerste stap wanneer het kookpunt bereikt wordt.

Moeilijk gaat ook

Positief agressief geeft een dubbele boodschap: het kan, maar het is daarom nog niet simpel. Wie vaak agressief wordt, moet misschien in de eerste plaats leren situaties anders te duiden. Soms is een opmerking op zijn gedrag helemaal niet bedoeld als sneer en interpreteert hij ze ten onrechte als een vorm van verbale agressie waarop hij wel krachtdadig moet reageren. In andere gevallen is zijn interpretatie misschien wel juist, maar reageert hij fout door te grijpen naar het enige wapen waar hij over meent te beschikken, fysiek geweld. In dat geval kan hij leren weggaan of rustig een vraag stellen. Waarom zeg je dat? Of, hoe zou je willen dat ik hierop reageer? Dergelijke reacties zouden in elk geval duidelijk maken dat hij zijn eigen emoties heeft leren lezen en de kalmte heeft leren behouden om betere gedragsalternatieven te kiezen.

Stop met roeren in de shit

Veel mensen denken dat je bij agressief gedrag vooral op de onderliggende problemen moet focussen, en zelfs moet teruggaan in het verleden als dat nodig is. Hoe wijdverspreid dat idee ook is, het is een groot misverstand, volgens de auteurs van Positief agressief. We mogen agressie dus niet als een symptoom bekijken dat aangepakt moet worden. Een trauma verwerk je niet door er op te focussen. Door in de shit te roeren los je geen enkel probleem op. Ervaring en wetenschap zouden dat bevestigen, zelfs in de geneeskunde waar dit oeridee dat je eerst op zoek moet gaan naar onderliggende kwalen vandaan kwam.

Net het focussen op het probleemgedrag is simplistisch en verhindert duurzame gedragsverandering. Hun eigen methode, het Touché-model, die ik hier niet in detail beschrijf zou dat wel zijn. Tekenen van minder agressie in gevangenis en minder recidive zijn aanwijzingen dat hun constructieve benadering, die bouwt op de energie achter de agressie hout snijdt.

Ook wie kleuters de stop-denk-doe strategie aanleert, denkt constructief en schrijft een kind niet af als van nature agressief. Wie kleutergedrag bijstuurt met spiegelspraak -luidop beschrijven wat je het kind ziet doen- gelooft dat het kind zelf in staat is zijn gedrag te corrigeren. En ja, door de spiegel van de juf en hun eigen vergelijking met wat van hen verwacht wordt, zien we hen zichzelf bijsturen. De juf zegt niet: “Ga in de kring zitten”, maar: “Je ligt op de mat.” Je ziet de kleuter denken wat hij ook alweer moest doen… en effectief in de kring gaan zitten. Vaak toch. Het is een leerproces. J

Roeren we ook te veel in de shit van het probleemgedrag van kleuters? Ik beken dat ik daar ook nog eens over wil nadenken.

referenties:

Feryn, S. (2017) Zet je EF-bril op. Stimuleer de executieve functies van jouw kleuters. Brugge, De Keure.

Gryson, M. & De Waele, V. (2017) Positief agressief. Hoe woede benutten. Leuven, Lannoo Campus.

 

 

 

4 gedachtes over “Stop denk doe

  1. Tijdens mijn huidige functie als juf heb ik aandacht voor een organisatie die bevorderend is voor de ontwikkeling van de EF. Als ik een verhaal vertel, las ik vb. regelmatig zoemsessies in waarbij ik kinderen uitdaag om eerst met het vriendje naast hen te overleggen om een antwoord te vinden op een vraag die ik daarover stel. Hier werk ik eerder preventief. Op deze manier hebben alle kinderen voldoende inbreng en kans tot nadenken. Enkele voorbeelden kunnen achteraf klassikaal verwoord worden. Dit kan een voorbeeld zijn van de DENK-stap in deze STOP-DENK-DOE- strategie.

    Bij kringmomenten in de klas gebruik ik ook vaak een pictogram van een mondje en een oor. Is het mondje zichtbaar dan mogen kleuters met elkaar praten. Tijdens een stiltemoment is het oortje zichtbaar en moeten kleuters hun impulsen om te praten onder controle houden.

    In mijn andere functie, die van docent, werkte ik mee aan EF-workshops. Het viel me op dat ook sommige volwassenen zich moeilijk kunnen bedwingen en vragen stellen wanneer het er niet het geschikte moment voor is. Overdreven enthousiasme kan de impulscontrole blijkbaar blokkeren. Wat Sanne Feryn in haar boek schrijft over de interactie tussen emoties en EF is heel herkenbaar bij jong en oud.

    Tot slot: de roeren in de shit-vraag bij kleuters. In de praktijk merk ik dat zowel positieve als negatieve emoties aan de grondslag kunnen liggen van ongewenst gedrag. Het is volgens mij belangrijk dat een kind zelf inzicht krijgt in zijn/ haar gedrag. Dit kan inderdaad door het gebruik van spiegelspraak. Toch probeer ik ook samen met de kleuter de achterliggende emotie te ontdekken. Samen alternatieven zoeken om de emoties te kanaliseren komt daarna.

    Joke Grimmonprez, kleuterjuf en docente bij Odisee in Aalst

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.