A(r)t work

In sommige klassen hangen de muren en gangen vol kunstwerkjes.  In andere klassen wordt er spontaan bij elk moment gezongen of behoren verkleden, drama en dans tot de dagelijkse activiteiten. Niet alle contexten zijn zo kunstzinnig. Alles hangt af van hoe we kunstvormen bekijken en begrijpen.

Susan Wright, professor aan de universiteit van Melbourne, specialiseert zich in kunsteducatie. Ik neem je graag even mee in haar bevindingen.

 

Kwaliteiten van de begeleider

Verschillende kunstvormen helpen kinderen hun ervaringen verwerken. En die verwerking helpt kinderen op haar beurt bij een beter inzicht in zichzelf en in de wereld rondom hen. De manier waarop kinderen zich uiten door kunst ontstaat op basis van ervaringen. Het zijn net die ervaringen die wij als leerkracht kunnen aanbieden.

Wright koppelt 3 kwaliteiten aan “kunstzinnige” leerkrachten:

  • De leerkracht kent de waarde van kunst en welk effect het heeft op jonge kinderen. Deze leerkracht is dan ook bereid zoveel mogelijk kunstvormen aan bod te laten komen in zijn dagelijkse praktijk.
  • De leerkracht begrijpt dat kunst beleven en maken ook ontwikkelt en verandert naar mate kinderen ouder worden en past activiteiten aan.
  • De leerkracht baseert zijn planning van activiteiten rond kunst op de artistieke ontwikkeling van kinderen.

 

Maar wat mogen we van kinderen verwachten? Waar zit de uitdaging?

Drie elementen voor artistieke ontwikkeling:

  • Creativiteit

In de actuele discussie rond 21ste -eeuwse vaardigheden zijn we ervan overtuigd dat creatief denken niet enkel in kunst aan bod komt en dat abstract en wiskundig denken niet enkel in technische en wetenschappelijke activiteiten aan bod komt. Kleuters bezitten meer creativiteit en gaan spontaner om met materialen. Ze moeten alles nog ontdekken en doen dit op verschillende manieren. Op een gegeven moment gaan kinderen echter op zoek naar het technisch kunnen beheersen van elementen uit de kunst of het nu een goed penseelgebruik, de juiste danspas of de kennis van noten is. Belangrijk is de balans tussen deze “technische nood” en hun creatieve ontdekkingen te behouden en niet door te slaan naar het ene of het andere.

  • Esthetische gevoeligheid

Naast creatieve ontwikkeling door te experimenteren met kunstvormen is het beleven en kijken van kunst ook een belangrijke factor. Het geeft kinderen een esthetische gevoeligheid. Deze kan je aanwakkeren door met kinderen naar verschillende soorten kunstvormen te kijken en te luisteren en vervolgens te bespreken hoe ze zich daarbij voelen, wat de betekenis kan zijn, wat de kunstenaar zou willen meegeven. Niet alleen emotioneel maar ook wat ze vinden van het lijngebruik, het ritme, de onderverdeling, …. Het observeren en bespreken van de kunstwerken van kinderen zelf, maar ook deze van kunstenaars, helpt kinderen bij het begrijpen van hoe mensen zich kunnen uiten en welke esthetische elementen ze daarbij (op een andere manier) gebruiken of welke boodschappen ze willen meegeven.

  • Symbool – ontwikkeling

Net zoals het proces van ontluikende geletterdheid start in de kleuterklasperiode ook de ontdekking van kunstwerken. Kleuters tonen een hoge interesse in hoe een schilderij gemaakt wordt, waar die noten voor dienen, hoe een verhaal kan omgezet worden in een toneel etc. Elk van de kunstvormen heeft zijn eigen symbolen en systemen. We mogen van kleuters niet verwachten dat inzichten in het ene systeem ook inzichten in het andere teweegbrengt. Het is onze taak kinderen te begeleiden in het verder ontdekken van deze symbolen en systemen.

 

Maar hoe pakken we het nu concreet aan?

Kunst in het curriculum … een mogelijke leerlijn

Wright kan zich vinden in het cognitieve ontwikkelingsmodel van Piaget maar vindt het niet helemaal toepasbaar voor artistieke ontwikkeling. Een uitbreiding is volgens haar nodig. Ze bekeek ook Taylor’s ontwikkelingsmodel van creativiteit maar zoals eerder vermeld is creativiteit maar een deelaspect van artistieke ontwikkeling.

Wright onderscheidt volgende fasen in artistieke ontwikkeling:

  • Betekenis geven (18mnd tot 4 jaar)

In deze periode proberen kinderen vat te krijgen op wat ze meemaken, wat ze beleven, welke materialen ze in handen krijgen en wat ze met deze materialen kunnen doen, o.a. . Zo ook potloden, krijtjes, muziekinstrumenten etc. Stilaan leren ze dat de krabbel op hun blad voor iets kan staan, dat het een “symbool” is, maar dat het ook een uitdrukking kan zijn van hun gevoel of ervaring.

  • Speels gebruik van symbolen (3 jaar tot 5 jaar)

Dit is de periode waarin kinderen een aantal technische aspecten leren kennen: lijnen, ruimtes, kleuren, ritme, rollen, … Ze gaan hier als het ware mee spelen en ontdekken hoe ver ze hiermee kunnen gaan, wat het teweeg brengt en wat ze kunnen creëren. Deze creaties krijgen af en toe al een label. De valkuil in deze fase is (zoals eerder vermeld) dat de nadruk te veel gaat liggen op het ontdekken en leren kennen van deze technische aspecten waardoor expressievaardigheden en uitdrukkingsmogelijkheden verminderen.

  • Kunst als boodschap (5 jaar tot 7 jaar)

Gelijklopend met de taal- en schrijfontwikkeling beseffen kinderen de kracht van communicatie en het doorgeven van boodschappen. Het is belangrijk hier verschillende kunstvormen als mogelijke “boodschappers” te beschouwen. In deze periode komt het grafische vooral naar boven: bewegende elementen, verstopte elementen proberen weergeven zoals de wolf achter de boom of het rijden met het skateboard, … Wanneer deze kinderen kunst beschouwen ligt de interesse vooral in wat de kunstenaar wou meegeven of uitdrukken via deze kunstvorm.

  • Verbetering van techniek (7 tot 12 jaar)

In deze periode zoeken kinderen naar duidelijke instructies omtrent het maken van kunst. De beheersing van de techniek primeert. Dit is vergelijkbaar met andere leersituaties waarbij kinderen meer interesse krijgen in feiten en realistische situaties eerder dan fantasie. Bij vele kinderen gaat deze interesse vaak verloren wanneer de school en omgeving te taalgericht is en waar kinderen zich vooral leren uitdrukken via lezen en schrijven en minder via de kunstvormen.

 

Wright wijst erop dat bij de implementatie van deze leerlijn het steeds belangrijk is goed te kijken waar de kinderen in hun huidige ontwikkeling staan en niet uit het oog te verliezen dat er individuele verschillen kunnen zijn.

 

Waar staan jouw kleuters in hun artistieke ontwikkeling en hoe ga jij er mee aan de slag?

 

Bronnen:

Wright, S. (1991). Beyond a developmental approach to the arts. Prentice hall, USA.

Eeckhoff, A. (2017). Meaningful Art and Aesthetic Experiences for young children. Young children, NAEYC, November 2017. Vol 72 Nr5 (p14 – 20).

2 gedachtes over “A(r)t work

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s