Wablief, kleuterscholen hechten te veel belang aan leren? Een reactie op een krantenkop.

De kloof tussen kansarme en kansrijke kleuters

“Kleuterscholen hechten te veel belang aan leren“, zo stond het onlangs letterlijk op het voorblad van De Standaard. Daarmee werd de mening vertolkt van enkele onderzoekers van de universiteit Gent. Ze volgden enkele kansarme peuters gedurende hun eerste maanden in de peuterklas, en stelden vast dat die kansarme peuters nauwelijks aan bod kwamen in rijke gesprekken. Dat is een probleem. Het heeft alles te maken met de kloof tussen kansarme en kansrijke kinderen die we in ons Vlaams onderwijs maar moeilijk kunnen dichten. Als het in het Nederlandse kleuteronderwijs lukt om die kloof een beetje te verkleinen, dan kunnen wij in Vlaanderen toch niet achterblijven. Dus wat kunnen we doen?

Verschillende voorstellen van de onderzoekers lijken me weloverwogen, maar met eentje ben ik het niet eens, en laat die nu net een krantenkop halen: de idee dat kansarme kleuters het beter zullen doen als er meer aandacht is voor zorg, en minder voor leren. Meer aandacht voor zorg: OK. Minder voor leren: niet OK.

Gelukkig hechten kleuterscholen veel belang aan leren

Overheid en burgers willen allebei dat er geleerd wordt op school. Uit het internationale CARE-onderzoek blijkt zelfs dat bij laag opgeleide ouders en ouders met een andere culturele achtergrond die verwachting nog sterker leeft dan bij anderen. Goed zorgen voor kleine kinderen staat niet haaks op dat idee, hoewel twee artikels in De Standaard van vrijdag een valse tegenstelling tussen zorg en leren suggereerden.

Het is niet omdat in bepaalde Vlaamse scholen de interactie tussen de leerkracht en bepaalde kleuters en hun ouders bedroevend laag zou zijn, dat we mogen concluderen dat het overal zo is, laat staan dat de beschreven toestand onvermijdelijk is. Nog een stap verder is stellen dat we dan maar vol moeten inzetten op één-op-één gesprekken boven de verzorgingstafel.

Het omgekeerde is waar. We moeten ervoor zorgen dat de interactie altijd kwaliteitsvol is. Quality time tijdens verschoningsmomenten kan de affectieve band versterken, maar blijft vanuit taaloogpunt zeker niet het belangrijkst. Conversaties die de talige en brede cognitieve ontwikkeling stimuleren gaan altijd ergens over, stelt Catherine Snow. We moeten kinderen boeien met interessante thema’s, boeken en voorwerpen, hen ervaringen laten opdoen die hun leefwereld opengooien. Zo nodigen we uit tot speels leren en converseren ze vanzelf onder elkaar en met de leerkracht. Uiteraard lukt dat niet altijd even goed. Toch blijven volgens internationaal onderzoek voorleesmomenten en wereldoriëntatieactiviteiten taalrijker dan routines. Wat relatief goed gaat, moeten we versterken, niet overboord gooien.

Lerarenopleiders willen de lat hoog blijven leggen. Een goede kleuterjuf stimuleert de groei van kinderen in een breed spectrum aan ontwikkelingsdomeinen, en weet wie een extra impuls nodig heeft. Nu kiest ze voor de verkleedhoek omdat het rollenspel vastloopt. Ze merkt dat een kleuter uit zijn rol valt omdat zijn werkgeheugen nog niet zover staat, en geeft hem een kaartje om zijn nek, om in zijn rol te blijven. Omdat een andere kleuter in een klasgesprek te weinig aan bod komt, reflecteert ze straks met hem en twee vriendjes over hun ervaringen in de ontdekhoek. Ze laat de kleuters doelbewust op elkaar reageren om hun taal- en denkkansen te maximaliseren. Speels en responsief handelen door uit te dagen en te ondersteunen, daarin moeten we haar professionaliteit opbouwen. Een poep afkuisen stelt die niet op de proef. Dat doen ze allemaal. Laat ons ons gelukkig prijzen dat kleuterleerkrachten vaak de kruisbestuivingen tussen ontwikkelingsdomeinen opzoeken, en alle hoeken van de kleuterklas benutten om te differentiëren naar best vermogen. Onze vele stagebezoeken en contacten met het werkveld leren ons dat alles tegelijk doen moeilijk is, zeker met grote groepen. Maar dat is een structureel probleem. We zijn mee overtuigd van het belang van interacties, maar daarom kiezen voor verzorging boven leren is een stap in de verkeerde richting.

Een opinie van Johan De Wilde, opleidingshoofd van de lerarenopleiding bachelor in het kleuteronderwijs van Odisee in Aalst

 

Enkele wetenschappelijke bronnen:

Broekhuizen, M. L., Leseman, P.P. M., Moser, T. & van Trijp, Karin (2015). Stakeholders Study. Values, beliefs and concerns of parents, staff and policy representatives regarding ECEC services in nine European countries. CARE: Curriculum & Quality Analysis and Impact Review of European Early    Childhood Education and Care, Utrecht University.

Leseman, P., & Veen, A. (Eds.) (2016). Ontwikkeling van kinderen en relatie met kwaliteit van voorschoolse instellingen – Resultaten uit het pre-COOL cohortonderzoek. Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

 

 

5 gedachtes over “Wablief, kleuterscholen hechten te veel belang aan leren? Een reactie op een krantenkop.

  1. Dit is op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs herblogden reageerde:

    Als een Vlaamse kwaliteitskrant op de voorpagina over kleuteronderwijs schrijft, hoor ik blij te zijn. Maar mijn pret was over na het lezen van de titel. Ik hoop dat in Nederland de journalisten kritischer zijn of dat er in de kranten op zijn minst wel ruimte is voor reacties.

    Like

  2. De krantenkop “Kleuterscholen hechten te veel belang aan leren” is wat extreem gekozen, toch vind ik dat het artikel in de Standaard wel heel wat interessante punten naar voren haalt. Er leeft wel degelijk een grote spanning tussen zorg en leren, voornamelijk in een peuterklas.
    Jonge kinderen hebben enorm veel nood aan zorg. Indien er onvoldoende aandacht aan die zorg wordt gegeven, komt het welbevinden van kinderen in het gedrang en is leren bijgevolg niet mogelijk. Leerkrachten kleuteronderwijs worden voornamelijk opgeleid om het leren te bevorderen, er gaat slechts in beperkte mate aandacht naar zorg in de opleiding. Zorg is veel breder dan gewoon “een poep afkuisen”. Het gaat er over om de zorgmomenten (eetmomenten, speelplaats, schooltassen maken, toiletmomenten, …) zinvol in te kleden. In ons land worden deze momenten vaak verwaarloosd (kinderen eten in een drukke refter, brengen veel tijd door op een drukke speelplaats, voor- en naschoolse opvang, …). Momenteel worden deze momenten gescheiden van het leren en als minder belangrijk gezien. De onderzoeken benadrukken voornamelijk dat zorg niet gescheiden mag worden van leren, ze onderschatten daarbij het belang van leren niet.
    In het artikel van de Standaard wordt ook aangehaald dat leerkrachten in een peuterklas het gevoel hebben enkel bezig te zijn met zorg. De zorg wordt als een obstakel gezien dat leren in de weg staat. Er ontstaat bijgevolg soms ook een schuldgevoel dat er weinig tijd naar leren gaat. Dit zou niet mogen, de zorg moet ook als een zinvol moment gezien worden. De voorbeelden die hier worden aangehaald (vb: verkleedhoek – rollenspelkaarten – …) zijn voorbeelden die niet echt haalbaar zijn binnen een pure peuterklas en daarnaast de spanning tussen zorg en leren niet zullen oplossen. Het artikel uit de Standaard mikt dan ook vooral op de jongste kleuters.

    Het is inderdaad voornamelijk een structureel probleem dat ervoor zorgt dat er heel wat spanning bestaat tussen leren en zorg. De basisbehoeften van een kind gaan voorop, dus de zorg moet wel steeds eerst gegeven worden voor men aan het leren kan beginnen (als je zorg en leren gescheiden ziet). In een bepaalde zin gaat de zorg dus wel voorop. Overvolle peuterklassen dragen zeker en vast bij tot deze problematiek, hoe kan er tijd voor leren gemaakt worden wanneer je 30 of meer peuters moet verzorgen? Dan sta je nergens met een leuke verkleedhoek of enkele rollenspelkaarten… Het organiseren van mengklassen kan echter wel al helpen om dit structurele probleem op te lossen. De zorg voor de jongste kinderen weegt minder door, waardoor er weer meer kansen ontstaan om tijd vrij te maken voor het leren.

    Like

  3. Zoals hierboven aangegeven, kunnen de zorgmomenten ook zinvol zijn: de peuters leren er zelfredzaam te zijn en bepaalde begrippen worden ingeoefend bij het benoemen van de handelingen en de voorwerpen. Tegenwoordig hebben meer kleuter- en peuterklassen een groot laptopscherm waar, tijdens de verzorgmomenten aan de overblijvende kleuters vb een ppt met woordenschatwoorden en hun bewoording of een filmpje in het thema afgespeeld worden of kunnen kleuters in de boekjes kijken zodat deze momenten ook zinvol worden ingevuld. …..
    je moet het allemaal gewoon eens door een andere, bredere bril bekijken en dan komen er verschillende mogelijkheden tevoorschijn.

    Like

  4. Als peuter juf met reeds 35 jaar ervaring vind ik het jammer dat dit zo zwart wit voorgesteld wordt. Peuters hebben inderdaad nog veel zorg nodig, meer dan alle andere kleuters, maar die zorg is van héél groot belang en is inderdaad veel meer dan alleen maar “een poep” schoonmaken, of een pamper verversen !
    Trouwens, een juf die deze zorg belastend vind hoort niet thuis in een “peuterklas” volgens mij.
    “Leren” doen kinderen pas als ze ervaren dat ze in een klas zitten met een “zorgende juf” ! Pas dan stellen ze zich ook open voor allerlei andere dingen en komt het “leren” spontaan en/of onder begeleiding van de juf.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s