Erbij mogen horen: waar we naar kijken, bepaalt wat we zien

Een onderzoek over vooroordelen bij kleuteronderwijzers

Vertel 135 kleuteronderwijzers in de Verenigde Staten dat ze gaan deelnemen aan een onderzoek over hoe leerkrachten de eerste tekenen van probleemgedrag herkennen. Ze zullen filmfragmenten te zien krijgen waarin kinderen verschillende activiteiten uitvoeren en waarin soms wel en soms geen probleemgedrag voorkomt. De leerkrachten moeten elke keer op een knop drukken als ze gedrag zien dat volgens hen een voorbode is van probleemgedrag. In de getoonde fragmenten zijn telkens 4 kinderen te zien: een zwart jongentje, een zwart meisje, een blank jongentje en een blank meisje. Daarover vertel je niets. Je start de filmfragmenten en gaat via het scannen van de oogbewegingen van de leerkrachten na bij welke van de kleuters zij de eerste tekenen van probleemgedrag het meest zoeken.

Kan je het raden? Welke van de vier kinderen wordt met arendsogen gevolgd?

Wacht, we maken het nog een tikje moeilijker: er was in geen enkel fragment ook maar enig probleemgedrag te bespeuren. Blijf je bij je eerste antwoord? Of verandert dat de zaak?

Ja, kleuteronderwijzers hebben ook vooroordelen

In het zoeken naar eerste tekenen van probleemgedrag keken zowel zwarte als blanke leerkrachten duidelijk meer naar de zwarte kinderen dan naar de blanke kinderen, én ze keken opvallend meer naar de zwarte jongen.

Gulliam en zijn collega’s (2016) vroegen ook nog welk kind volgens de leerkrachten het meest aandacht nodig had. De resultaten op deze vraag kwamen sterk overeen met de hoeveelheid tijd die elk van hen besteed had aan het kijken naar de verschillende kinderen: 42% verwees naar de zwarte jongen, 34% naar de blanke jongen, terwijl 13% het zwarte en 10% het blanke meisje aanwezen. Die resultaten sluiten sterk aan bij het aanzienlijk hogere aantal zwarte kleuters dat in de Verenigde Staten van school gestuurd wordt.

“Ja, maar dat is Amerika”, hoor ik je zeggen …

Impliciete vooroordelen bepalen wat we ‘zien’ zonder dat we ons daar bewust van zijn

Dezelfde mechanismen spelen evenzeer in de doorsnee kleuterklas bij ons, ook als het niet om verschillen tussen blanke en zwarte kleuters gaat. Wat we hier aan het werk zien, zijn impliciete vooroordelen: vooroordelen en verwachtingen waar we ons niet van bewust zijn. Ze maken dat we niet alleen verwachten, maar vaak ook ‘zien’, wat er niet is.  Het risico dat daaraan vasthangt, is dat een aantal kleuters veel sneller (en vaak ook strenger) berispt wordt dan nodig en wenselijk is; dat ze de naam krijgen ‘moeilijk, onhandelbaar, niet leerbaar’ te zijn, nog voor dat het geval is.

Een voorbeeld

Hanko is twee en half. Tijdens een bezoek aan de klas bij de aanvang van het jaar hoor ik zijn naam regelmatig boos uitspreken door de klasleerkracht. Ik kan niet goed opmaken waarom dat zo is. Eigenlijk zie ik hem niet echt dingen doen die niet kunnen. Als we in de gang zitten om de jassen aan te trekken, loopt hij een beetje verloren rond. De leerkracht roept: “Hanko, ga op de bank zitten!” Naast mij is nog plaats, en ik maak een uitnodigend gebaar. Hij lacht, kruipt op de bank, draait zich naar me toe en vertelt me glunderend: “Papa weest. Papa in prison.” Het klinkt zo vrolijk, alsof hij frietjes is gaan eten in de frituur op de hoek. Tijdens de pauze vertelt de leerkracht dat ze problemen ziet komen met Hanko omdat die altijd moeilijk gedrag stelt. Hij neemt speelgoed af en slaat kinderen. Ik kan me dit gedrag goed voorstellen bij Hanko. Ik kan me dit gedrag goed voorstellen bij alle peuters die nog moeten leren om te delen en te onderhandelen met woorden. Gelukkig staat de klasleerkracht open voor gesprek. Hanko zal kansen krijgen.

Samen met collega’s onderzoekend anders kijken om écht te zien

Precies omdat we ons niet bewust zijn van onze impliciete vooroordelen, kunnen we ze niet zomaar in vraag stellen of naast ons neerleggen. We kunnen echter wel proberen om bewust ‘anders te kijken’. We gaan dus niet meer op zoek naar voorbodes van probleemgedrag, maar zoeken bij al onze kleuters en peuters naar uitingen van, en aanzetten tot, vriendelijkheid en positieve aandacht voor mekaar.   Als we dat samen doen, vervallen we minder snel in de valkuil van onze eigen impliciete vooroordelen.

In Kid’s Domain, een Early Childhood centrum in Nieuw-Zeeland, gingen leerkrachten en kinderverzorgers samen op zoek naar uitingen van ‘aroha’, wat we hier makkelijkst vertalen als ‘aandacht voor het leven rondom je’ of ook: ‘attentie’ ‘er met je gedachten bíj zijn’ en ‘zorgen dat anderen erbij mogen horen’. Ze gebruikten daarbij een Making Thinking Visible routine: ‘Ik zie, ik denk, ik vraag me af’ waarbij ze zo concreet mogelijk beschreven wat ze opmerkten in het samen zijn van jonge kinderen, zonder al interpretaties aan gedrag te koppelen (ik zie). Dat werd gevolgd door gesprekken over mogelijke interpretaties die je aan het geobserveerde gedrag kon geven en over de vragen die deze opriepen. Vanuit die herhaalde beweging zochten ze naar een verdere uitklaring van aroha voor zichzelf, en voor de kleuters. Ze maakten foto’s en gebruikten die om de communicatie met kleuters en ouders op gang te brengen.

Een praktijkvoorbeeld van samen verder kijken

Zo kwam er het verhaal van een kleuter van 4 die elke dag even samen met zijn vriendjes naar de omheining van de peutertuin liep om daar zijn jongere broertje even over de haren te strijken en dan met zijn vriendjes te gaan spelen. Wat snel – en voor iedereen – herkenbaar was, was de herhaling van die aandacht van de broertjes voor mekaar. De rituele groet en de fysieke uiting van ‘mekaar graag zien’ tijdens de speeltijd. Het was echter het collegiaal samen zoeken naar interpretaties van het gebeuren dat duidelijk maakte dat de vriendjes ook telkens weer meeliepen en hun eigen nood aan spelen even opzij zetten om ruimte te maken voor dit ritueel. Ook ruimte maken om de ander zijn ding te laten doen is immers ‘aandacht hebben voor mekaar’.

Het gezamenlijk actieonderzoek leidde op Kid’s Domain tot een anders en ruimer kijken naar tekenen van ‘erbij mogen horen’. Het leidde tot een gedeelde taal die leerkrachten en begeleiders konden inzetten om met kinderen te spreken over ‘aandacht voor mekaar’ en tot het opmerken van mooie aanzetten tot een fijne houding ten opzichte van mekaar.

Enkele tips voor de praktijk: laat je kleuters je assisteren

Ook de ‘kindness jar’, die we al eerder aanhaalden, kan een manier zijn om al van bij de start van het schooljaar met je kleuters op zoek te gaan naar fijne omgangsvormen.

Je kan met je kleuters rituele ‘shout out’ momentjes inbouwen in je klas. Na een belletje vraag je kleuters om iemands naam te zeggen en te vertellen wat je fijn, lief, dapper, goed vond in wat hij/zij deed. Dat kan zowel klassikaal als in kleine groepjes. Houd shout out momentjes kort (één minuut), laat ze regelmatig terugkomen, maar maak er niet een vast moment van.

We verwijzen hier ook graag nog even naar de methodiek van Samen-Spel die kleuteronderwijzers helpt om preventief kansen op een positieve relatie met kleuters op te bouwen. Kleuters in je klas die bij het begin van het jaar al vertrekken met de naam ‘moeilijk’ te zijn, zullen hier zeker baat bij hebben, al van bij de start. Jij leert hen beter kennen, en zij ervaren bij jou een veilige omgeving.

 

Bronnen:

Het onderzoek naar impliciete vooroordelen en verwachtingen:

Gilliam, W., Maupin, A., Reyes, C., Baccavitti, M., & Shic, F. (2016). Do Early Educators’ Implicit Biases Regarding Sex and Race Relate to Behavior Expectations and Recommendations of Preschool Expulsions and Suspensions? A Research Study Brief. Yale University Child Study Center, September 28, 2016. Geraadpleegd via: http://ziglercenter.yale.edu/publications/Preschool%20Implicit%20Bias%20Policy%20Brief_final_9_26_276766_5379.pdf

Informatie over het Kids’ Domain actieonderzoek haalde ik bij:

Exton, J. & Towle, B. (2015). How a systems thinking approach relates to a development of a community of inquiry in an early childhood setting within the bicultural context of Aotearoa New Zealand. Presentatie op de ICoT conferentie in Bilbao, 2015.

Praktijkvoorbeelden vind je bij:

Myers, D. (2016). The Kindness Jar: Spreading Kindness in Kindergarten. Geraadpleegd op: http://mrsmyerskindergarten.blogspot.be/2016/11/the-kindness-jar-spreading-kindness-in.html

Over Samen-Spel vind je info bij:

Huyse, M. et al. (2016). Samen-Spel in de klas. Kleuters & ik, jg 32/4, 6-10

Vancrayveldt, C., Verschueren, K., Van Craeyveldt, S., & Colpin, H. (2016) Samen-Spel in de kleuterklas. Interventie voor het versterken van leerkracht-kindinteracties bij kleuters met externaliserend gedrag. Caleidoscoop. Tijdschrift voor leerlingenbegeleiding vandaag en morgen. jg 28/2, 28-33..

 

 

 

 

2 gedachtes over “Erbij mogen horen: waar we naar kijken, bepaalt wat we zien

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s